Geld, de zwarte motor

Als ik lees dat er topfunctionarissen bij de nationale politie werken die nog steeds boven de Balkenende-norm zitten wat hun betaling betreft, dan vraag ik me weer eens af waarom dat issue na jarenlang geharrewar over salarissen bij overheidsbestuurders nog niet geregeld is. Een publieke functionaris mag niet meer verdienen dan de minister-president. Wat is daar nou zo moeilijk aan? Kennelijk best het een en ander, want die grens wordt nog steeds overschreden.

Tegelijk met het begin van de discussie over het plafond op topsalarissen dat in Nederland zou moeten gelden voor ambtenaren, was dat andere ding een pijnpunt van aandacht: de bonussen bij de banken. Na een bankencrisis die door de banken zelf werd veroorzaakt en een Eurocrisis waaraan de banken fluks hebben meegewerkt, zou je verwachten dat de obscene salarissen en bonussen die in die financiële wereld over de rug van de belastingbetaler zijn binnengeharkt, wel wat gematigd zouden worden. Ook dat is helaas niet het geval. In tegendeel, de bankiers van vandaag zijn weer net zo levensgevaarlijk bezig als voor de crisis, waarbij ze weer dezelfde bonussen en daarmee obscene prikkels krijgen als voorheen. Na het bijna-instorten van de wereldfinanciën en de zeer kostbare bailout die wij als belastingbetaler hebben moeten schokken, is de algehele situatie nu niet beter en veiliger dan voor de crisis. En nog mooier is dat de bankiers die de crisis met aangetoond gezwendel hebben veroorzaakt, nog steeds al die miljoenen op hun rekening hebben staan en er geen eentje in het cachot vertoeft. Het is met de beste wil van de wereld niet te begrijpen, eerlijk of rechtvaardig, maar Such is life. De jongens van het grote geld weten nu eenmaal erg goed hoe ze uit de vuurlinie van justitie moeten blijven.

Het wordt me ondertussen duidelijk dat er nooit echt iets zal veranderen aan het gegraai van die grootverdieners. De druk vanuit de maatschappij is te verwaarlozen en de middelen om echt iets te doen aan de zo hippe zelfverrijking zijn er niet. Zelfs de grootste tegen-prediker als het gaat om die exorbitante inhaligheid – Wim Kok ten tijde van zijn sociaal-democratische kabinetten in de jaren 1990 – gaf, toen hij eenmaal commissaris was, zijn zegen aan de superbonussen van zijn CEO. Die captains of industry maken het helemaal bont. Die krijgen een salaris én ze krijgen bonussen, gewoon omdat ze het werk doen waarvoor ze zijn aangenomen. De bonussen zijn onafhankelijk van de bedrijfsprestatie. Als het bedrijf ten onder gaat krijgen ze die nog steeds. Mij is het niet uit te leggen, die betalingen bij aantoonbaar afwezige of ronduit beroerde resultaten, maar het zal wel met dat mysterieuze grote-geldcircuit te maken hebben. Er is volgens mij niemand die het begrijpt, behalve zij die meer dan een miljoen per jaar toucheren.

Vandaag zie ik voor het eerst een indicatie dat ook de voetballers beginnen op te vallen. Die narcistische exhibitionisten irriteren me al heel lang. Naast de topverdieners die tientallen miljoenen per jaar opstrijken zijn er de wat mindere goden die nog jong, stom maar toch zwaar aan de rijkdom zijn. In een artikeltje in De Volkskrant zie ik de roep om een einde aan de enorme plenzen geld die de voetbalsnotneuzen van tegenwoordig mee naar huis nemen. Ze komen in Rolls-Royces en Bentleys naar de trainingen en leven een uitermate luxe leventje. Op zich niks mis mee, maar de mate waarin is ronduit belachelijk en nodig is het ook niet. Die jongens zijn in het grote-mensen leven kansloos omdat ze niets anders kunnen dan tegen een balletje trappen. Het is ze gegund dat ze ondanks hun aperte debiliteit nog een centje kunnen verdienen. Dat die verdiensten goed zijn is leuk voor ze, maar waarom zo waanzinnig veel? Voor een maximaal salaris op de Balkenende-norm komen ze toch ook voetballen? Daar twijfel ik niet aan. En eigenlijk is de activiteit het ook niet waard, want wetenschappers zijn toch veel belangrijker (maar worden aanzienlijk slechter betaald). Evenwel zie ik ook daar bij dat voetbal geen verandering optreden in de richting van een bescheidenere gage.

Bankiers, bestuurders, CEO’s en voetballers, het zijn verwende nesten met veel te veel geld. Voor al deze vier beroepsgroepen geldt dat er voor veel minder geld vergelijkbaar of beter talent staat te trappelen om aan de slag te gaan. Het is een mythe dat de kwaliteit in die regionen zou dalen als de betalingen sterk naar beneden gaan. Dat is een sprookje dat door het old-boys netwerk van de grote-geldjongens zelf in stand wordt gehouden, om hun belachelijke hoge inkomens te beschermen. De kwaliteit van henzelf of het werk dat ze leveren heeft er niets mee te maken.

Zolang de economie om geld en winst draait zullen veel mensen hun status blijven afmeten aan de hoogte van hun bankrekening. En zolang het aan de bovenkant normaal gevonden wordt dat er zo veel wordt verdiend zal het geld in grote hoeveelheden blijven vloeien. Het zal wel, denk ik dan, alhoewel ik wat één van die graaigrage groepen aangaat nog wel een vraagje heb: de tribunes van de voetbalstadions en de sofa’s op de driehoogachters zitten vol met mensen die geen cent hebben om aan hun kont te krabben. Dat is mijn – gekleurde – beeld van het voetbalpubliek; het bestaat uit de onderste tot en met de onderste-middenlaag van de samenleving. En dan staan er tijdens zo’n wedstrijd 22 miljonairs in het veld. Denkt er nu nooit iemand dat dit best wel een beetje gek is?

De grote Informatiezwendel: Suiker, Trump & "The G-B-R"
Etiquette: de mannelijke wellevendheid als grensindicator