Bet­we­ters van god

De­ze pe­ri­o­de zo vlak voor de ver­kie­zin­gen is een dank­ba­re tijd voor het vin­den van de grootst mo­ge­lij­ke go­rig­heid in de me­dia. En het ver­baast mij he­le­maal niet dat mijn vrin­den van de Staat­kun­dig Ge­re­for­meer­de Par­tij (SGP), die het got­spe heb­ben om hun web­si­te “Par­tij voor het le­ven” te noe­men, ook vlij­tig mee­doen aan dit luch­ti­ge doch zeer er­ger­lij­ke  roep­toe­te­ren.

En waar­mee? Ja­wel, ge­heel in lijn met de bag­ger die ook Wil­ders in de­ze cam­pag­ne­tijd als ver­ba­le diar­ree rij­ke­lijk uit zijn mond laat vloei­en, laat ook de SGP van zich ho­ren met mid­del­eeuw­se on­zin die wer­ke­lijk te erg is voor woor­den – ik word er voor­al on­pas­se­lijk van.

Er zijn twee za­ken die mij in het oog sprin­gen van­daag: een pro­test van de SGP over een in het eind­exa­men ge­bruik­te song­tekst die god­las­te­rend zou zijn (Jes­us of Sub­ur­bia van Green Day), en een in­ter­view met de SGP voor­man die daar­in zegt zich zor­gen te ma­ken over de chris­te­lij­ke feest­da­gen.

Dat “in het oog sprin­gen” kan vrij let­ter­lijk ge­no­men wor­den: mijn ir­ri­ta­tie voor de­ze mo­der­ne SGP-In­qui­si­teurs doet bij­na let­ter­lijk pijn, zo erg vind ik het dat de­ze spo­ken­kij­kers nog steeds het lef heb­ben om zich in on­ze sa­men­le­ving zo dui­de­lijk te pro­fi­le­ren. Mijns in­ziens zou­den al­le re­li­gi­eu­ze fat­soens­rak­kers van van­daag zich heel klein moe­ten ma­ken en stil­le­tjes in een don­ker hoek­je moe­ten gaan zit­ten, bib­be­rend en ho­pend dat ze niet op­val­len; pre­cies daar waar ook de Fas­cis­ten, de Na­ti­o­naal So­ci­a­lis­ten, de Sta­li­nis­ten en de Groot­ban­kiers zou­den moe­ten weg­krui­pen. Ra­pail­le is het, niet meer en niet min­der! Het is be­scha­mend dat een groe­pe­ring die zich zo on­ge­ge­neerd over­geeft aan haar Ne­an­der­tha­les­ke “Su­per­sen­se”, zo na­druk­ke­lijk de me­dia op­zoekt… en een plaats in ons par­le­ment!

Een gods­las­te­ren­de tekst op een eind­exa­men is een dienst die ons door de exa­men­com­mis­sie wordt be­we­zen. Zelf ben ik niet erg in voor blas­fe­mi­sche be­we­gin­gen, maar dat komt voor­al om­dat god niet be­staat. Ik put mij ook niet uit in het ver­vloe­ken van Pin­kel­tje of de Blauw­bil Gor­gel. Het er­ken­nen van een god is wat mij be­treft een zeer triest over­blijf­sel van ons on­ge­ci­vi­li­seer­de en on­ge­ïn­for­meer­de ver­le­den en hoe eer­der we daar van­af ko­men, hoe be­ter het is. Ik kan het dus wel waar­de­ren als er men­sen zijn die zich met ver­ve in­zet­ten voor het uit­ban­nen van gods­dienst, en ik hoop van gan­ser har­te dat zij suc­ces­vol zul­len zijn.

De chris­te­lij­ke feest­da­gen in on­ze sa­men­le­ving zijn vol­gens de SGP-com­man­dant de chris­te­lij­ke wor­tels van on­ze cul­tuur, en het ver­dwij­nen er­van zou – als ik de goe­de maar zeer mis­lei­de man cor­rect be­grijp – een di­rec­te aan­tas­ting van on­ze Ne­der­land­se joods-chris­te­lij­ke grond­slag be­te­ke­nen. Als ik zo­iets lees, denk ik ge­lijk: “oh ja? Boei­en!” In de­ze zich rap se­cu­la­ri­se­ren­de sa­men­le­ving, die daar­naast ook nog eens een ste­vi­ge in­flux kent van “an­ders ge­lo­ven­den”, zou­den we met al­le macht moe­ten vast­hou­den aan chris­te­lij­ke waar­den? Is dat een slech­te grap mis­schien, of moet ik zo’n op­mer­king op­vat­ten als een xe­no­fo­be en ra­cis­ti­sche cam­pag­ne-bal­lon die als doel heeft kie­zers bij Wil­ders weg te trek­ken? Ik twij­fel nog, maar ik zou het niet gek vin­den als de­ze on­ver­ho­len cryp­to-na­zis­ti­sche uit­spraak de SGP veel last gaat be­zor­gen. Be­ter ge­zegd: ik hoop dat het de­ze par­tij zal de­ci­me­ren tot een zie­lig hoop­je elec­to­raal res­taf­val.

En dan te be­den­ken dat de SGP van haar ka­ri­ka­tu­ra­le ima­go af wil. Dan moe­ten de voor­al zo door­gaan!

Ei­gen­lijk moet ik me niet meer boos ma­ken over die fun­da­men­ta­lis­ti­sche gods­aan­han­gers. Mis­schien komt er nog een tijd dat de­ze men­sen, die waar­schijn­lijk geen slech­te be­doe­lin­gen heb­ben en zich in een soort heer­lij­ke on­we­tend­heid ver­schui­len voor de ech­te bo­ze bui­ten­we­reld, tot in­keer ko­men en hun be­la­che­lij­ke god af­zwe­ren – of in ie­der ge­val hun in­tens sto­ren­de im­pe­ri­a­lis­ti­sche dienst-wij­ze. Het zou be­ter voor ze zijn. Be­ter voor hen, voor hun kin­de­ren en be­ter voor de rest van de we­reld. Mis­schien moe­ten ze een voor­beeld ne­men aan de tal­rij­ke li­be­raal ge­rich­te hu­ma­nis­ten die on­ze wes­ter­se cul­tuur kent. Die mo­gen dan wel re­li­gi­eus zijn, maar die val­len daar­mee ten­min­ste nie­mand las­tig. Die wil­len voor­al goed voor de mens­heid zijn.