De “Gaslight”-Relatie…

De ont­hech­ting van een “Gaslight”-relatie is een moei­zaam, com­plex, de­pri­me­rend en lang­du­rig pro­ces, dat ik “as we speak” van zeer dicht­bij mag ob­ser­ve­ren. Gas­light – een term ge­leend van een film­ti­tel uit 1944 – is een goed ge­do­cu­men­teerd fe­no­meen, waar­over na­ve­nant veel li­te­ra­tuur be­staat. Een be­lang­rijk ar­ti­kel, dat me veel heeft ge­leerd, ci­teer ik hier­on­der in­te­graal en on­ver­sne­den.

Het bo­ven­staan­de weet ik nog niet zo lang, maar ik ben wel heel blij dat ik het ge­von­den heb. De ar­ti­ke­len over Gas­light le­zen­de, be­greep ik in­eens waar­mee ie­mand in mijn ei­gen om­ge­ving, een zeer na­bije ka­me­raad die lang­du­rig in een gas­light-re­la­tie heeft ge­ze­ten, te ma­ken heeft ge­had. Hij heeft nog een lan­ge weg te gaan om over zijn trau­ma heen te ko­men. Hij zal zich­zelf en zijn ei­gen­waar­de, die – in zijn ge­val – ja­ren­lang sys­te­ma­tisch is on­der­gra­ven, moe­ten te­rug­vin­den in een dool­hof van con­flic­te­ren­de sen­ti­men­ten en emo­ties, waar­van ve­le ui­terst de­struc­tief zijn maar en­ke­le ook po­si­tief en frus­tre­rend te­ge­lijk: een “te­gen be­ter we­ten in hou­den van”, om er maar een­tje te noe­men. Hem ken­nen­de weet ik ze­ker dat hij ook daar over­heen gaat ko­men. Zijn gif­ti­ge re­la­tie is ge­luk­kig voor­bij, hij is al­leen daar­om al een flink stuk op weg om weer ge­luk­kig te wor­den, zon­der de dic­ta­tuur van zijn Gas­ligh­ter nog te hoe­ven on­der­gaan. Hij zal van­af nu op­nieuw moe­ten le­ren om voor zich­zelf te den­ken en zijn soe­ve­rei­ni­teit te­rug moe­ten vin­den, na­dat de­ze door lang­du­ri­ge ne­ga­tie­ve be­je­ge­ning en men­ta­le mis­han­de­ling zijn be­scha­digd. Hij moet na ja­ren­lang on­zicht­baar te zijn ge­weest weer zicht­baar wor­den en weer zijn vol­le ruim­te in­ne­men.

Gas­ligh­ters ver­schil­len van nar­cis­ten in die zin dat een nar­cist zich gro­ter wil doen lij­ken door an­de­ren af te kra­ken, ter­wijl het de gas­ligh­ter voor­al gaat om de con­tro­le en do­mi­nan­tie over de an­der. De eer­ste pro­beert ei­gen­waar­de te ha­len door een beeld te la­ten zien dat veel mooi­er, be­ter en glans­rij­ker is dan dat ze wer­ke­lijk zijn. Gas­ligh­ters wil­len ie­mand voor de vol­le 100% on­der de duim hou­den, om zo te pa­ra­si­te­ren van hun slacht­of­fer. Bei­de af­wij­kin­gen la­ten die­pe spo­ren na bij de om­ge­ving en voor­al bij de le­vens­part­ner, die het dicht­ste bij staat en dus de hard­ste klap­pen krijgt. Mijn ka­me­raad hier­bo­ven moet zich beet­je bij beet­je gaan ont­wor­ste­len aan de emo­ti­o­ne­le wurg­greep waar­in zijn gas­ligh­ter hem had en weer le­ren dat hij een res­pec­ta­bel en goed mens is, waar­op je kunt ver­trou­wen. Af­gaan­de op wat hij ver­telt, is zijn ei­gen­waar­de na­me­lijk pre­cies dat wat ra­di­caal on­der hem is weg­ge­sla­gen. Daar­bij zal hij zich al­tijd moe­ten af­vra­gen of hij vei­lig is met zijn gas­ligh­ter in de buurt. Daar­over hoor ik mijn ka­me­raad af en toe zuch­ten. Dan is er weer iets ge­beurd en heeft hij een nieu­we schof­fe­ring moe­ten in­cas­se­ren, die nooit meer zal wor­den er­kend, be­spro­ken of recht­ge­zet, want hij heeft nu een­maal een schiet­schijf op zijn voor­hoofd, die er nooit meer af gaat.

Gas­ligh­ters zijn ge­vaar­lijk en ze zijn, zo­als uit de li­te­ra­tuur blijkt, niet zeld­zaam. Het is daar­om dat ik de­ze aan­te­ke­ning maak.

Meer in­for­ma­tie­ve en be­hulp­za­me ar­ti­ke­len voor ie­der­een die een trau­ma­ti­sche re­la­tie moet ver­wer­ken:

Are Gas­ligh­ters Awa­re of What They Do? & 11 Warning Signs of Gas­ligh­ting & Why a Gaslighting/Narcissist Re­la­ti­ons­hip Is So De­vasta­ting Step­ha­nie A. Sar­kis Ph.D. – 8 Signs That So­me­o­ne Is in a Re­la­ti­ons­hip With a Gas­ligh­ter & 7 Sta­ges of Gas­ligh­ting in a Re­la­ti­ons­hip Pres­ton Ni M.S.B.A.

Voor het ar­ti­kel hier­on­der, eerst nog even dit: ik vroeg mijn ka­me­raad waar­om hij zich zo lang heeft la­ten ma­ni­pu­le­ren en waar­om hij über­haupt zo­veel mi­cro-con­tro­le over zijn le­ven toe­liet. Zijn ant­woord: re­to­ri­sche on­der­druk­king. Bij el­ke is­sue kreeg hij een bom­bar­de­ment van woor­den over zich heen, waar hij met geen mo­ge­lijk­heid tus­sen kwam. De gas­ligh­ter voor­kwam op die ma­nier ac­tief dat hij iets kon zeg­gen na­dat hij voor rot­te vis was uit­ge­maakt. Daar­bij trok de gas­ligh­ter vrij­wel on­door­dring­ba­re mu­ren op, die el­ke vol­was­sen com­mu­ni­ca­tie on­mo­ge­lijk maak­ten. Hij werd af­ge­kne­pen en ge­ma­na­ged in hoe hij din­gen zei, wat hij zei en wel­ke woor­den hij daar­bij wel of niet mocht ge­brui­ken. Bo­ven­al werd be­paald wan­neer hij iets kon zeg­gen. De ter­men van com­mu­ni­ca­tie wer­den ge­heel een­zij­dig be­paald, waar­bij het doel was om hem de mond vol­le­dig te snoe­ren.

Hier­on­der een ar­ti­kel door Pres­ton Ni M.S.B.A., dat ik hier in zijn ge­heel ci­teer:

Bron: psychologytoday.com

How nar­cis­sists and gas­ligh­ters emo­ti­o­nal­ly ma­ni­pu­la­te and ex­ploit vic­tims.

“So­me pe­o­p­le try to be tall by cut­ting off the heads of others.”  —Pa­ra­ma­han­sa Yo­ga­nan­da

Psy­cho­lo­gist Step­hen Jo­hn­son wri­tes that a nar­cis­sist is so­me­o­ne who has “bu­ried his true self-ex­pres­si­on in res­pon­se to ear­ly in­ju­ries and re­pla­ced it with a high­ly de­vel­o­ped, com­pen­sa­to­ry fal­se self.” This al­ter­na­te per­so­na of­ten co­mes across as gran­di­o­se, “abo­ve others,” self-ab­sor­bed, and high­ly con­cei­ted.

Gas­ligh­ting is a form of per­sis­tent ma­ni­pu­la­ti­on and brain­was­hing that cau­ses the vic­tim to doubt her or himself, and to ul­ti­ma­te­ly lo­se one’s own sen­se of per­cep­ti­on, iden­ti­ty, and self-worth. A gaslighter’s sta­te­ments and ac­cu­sa­ti­ons are of­ten ba­sed on de­li­be­ra­te fal­se­hoods and cal­cu­la­ted mar­gi­na­li­za­ti­on. The term gas­ligh­ting is de­ri­ved from the 1944 film Gas­light, whe­re a hus­band tries to con­vin­ce his wi­fe that she’s in­sa­ne by cau­sing her to ques­ti­on herself and her re­a­li­ty.

Mul­ti­ple stu­dies and wri­tings ha­ve been do­ne on the im­pact of nar­cis­sism and gas­ligh­ting on re­la­ti­ons­hips(1)(2)(3)(4)(5)(6). Whi­le each of the­se of­ten de­struc­ti­ve pa­tho­lo­gies is uni­que, the­re are cer­tain be­ha­vi­o­ral over­laps. Fol­lo­wing are six com­mon traits, with re­fe­ren­ces from my books: “How to Suc­ces­sful­ly Hand­le Nar­cis­sists” and “How to Suc­ces­sful­ly Hand­le Gas­ligh­ters & Stop Psy­cho­lo­gi­cal Bul­ly­ing”. Not all nar­cis­sists and gas­ligh­ters pos­sess eve­ry charac­te­ris­tic iden­ti­fied be­low. Howe­ver, chro­nic nar­cis­sists and gas­ligh­ters are li­ke­ly to ex­hi­bit at least se­ve­r­al of the fol­lo­wing on a re­gu­lar ba­sis.

1. Fre­quent Lies and Exag­ge­ra­ti­ons

Both nar­cis­sists and gas­ligh­ters are pro­ne to fre­quent lies and exag­ge­ra­ti­ons (about them­sel­ves and others), and ha­ve the ten­d­en­cy of lif­ting them­sel­ves up by put­ting others down. Whi­le nar­cis­sists of­ten stri­ve to ma­ke them­sel­ves seem su­pe­ri­or and “spe­ci­al” by showing off, brag­ging, ta­king un­de­ser­ved cre­dit, and other forms of self-ag­gran­di­ze­ment, gas­ligh­ters tend to con­cen­tra­te on ma­king you feel in­fe­ri­or through fal­se ac­cu­sa­ti­ons, con­stant cri­ti­cism, and psy­cho­lo­gi­cal in­ti­mi­da­ti­on. Both nar­cis­sists and gas­ligh­ters can be adept at dis­tor­ti­on of facts, de­li­be­ra­te fal­se­hoods, charac­ter as­sas­si­na­ti­ons, and ne­ga­ti­ve coer­ci­ons. One key dif­fe­ren­ce is that whi­le the nar­cis­sist lies and exag­ge­ra­tes to boost their fra­gi­le self-worth, the gas­ligh­ter does so to aug­ment their do­mi­na­ti­on and con­trol.

2. Ra­re­ly Ad­mit Flaws and Are High­ly Ag­gres­si­ve When Cri­ti­ci­zed

Ma­ny nar­cis­sists and gas­ligh­ters ha­ve thin skin and can re­act poor­ly when cal­l­ed to ac­count for their ne­ga­ti­ve be­ha­vi­or. When chal­len­ged, the nar­cis­sist is li­ke­ly to ei­ther fight (e.g., tem­per tan­trum, ex­cu­se-ma­king, de­ni­al, bla­me, hy­per­sen­si­ti­vi­ty, etc.) or ta­ke flight (bolt out the door, avoi­dan­ce, si­lent tre­at­ment, sul­king re­sent­ment, or other forms of pas­si­ve-ag­gres­si­on). The gas­ligh­ter ne­ar­ly al­ways re­sorts to es­ca­la­ti­on by dou­bling or tri­pling down on their fal­se ac­cu­sa­ti­ons or coer­ci­ons, to in­ti­mi­da­te or op­press their op­po­nent. Ma­ny gas­ligh­ters view re­la­ti­ons­hips as in­he­rent­ly com­pe­ti­ti­ve ra­ther than col­la­bo­ra­ti­ve; a ze­ro-sum ga­me whe­re one is ei­ther a win­ner or a lo­ser, on top or at the bottom. “Of­fen­se is the best de­fen­se” is a man­tra for ma­ny gas­ligh­ters, which al­so re­pre­sents their ag­gres­si­ve me­thod of re­la­ting to pe­o­p­le.

3. Fal­se Ima­ge Pro­jec­ti­on

My hus­band al­ways wants pe­o­p­le to see him as suc­ces­sful, po­werful, and en­vy-wort­hy, no mat­ter how shaky his re­al li­fe ac­tu­al­ly is.” —Ano­ny­mous part­ner of nar­cis­sist

Both nar­cis­sists and gas­ligh­ters tend to pro­ject fal­se, ide­a­li­zed ima­ges of them­sel­ves to the world, in or­der to hi­de their in­ner in­se­cu­ri­ties. Ma­ny nar­cis­sists li­ke to im­press others by ma­king them­sel­ves look good ex­ter­nal­ly. This “trop­hy com­plex” can ex­hi­bit itself phy­si­cally, ro­man­ti­cally, sexu­al­ly, so­ci­al­ly, re­li­gious­ly, fi­nan­ci­al­ly, ma­te­ri­al­ly, pro­fes­si­o­nal­ly, aca­de­mi­cally, or cul­tu­ral­ly. The un­der­ly­ing mes­sa­ge of this dis­play is: “I’m bet­ter than you!” or “Look at how spe­ci­al I am — I’m wort­hy of everyone’s lo­ve, ad­mi­ra­ti­on, and ac­cep­tan­ce!”

Gas­ligh­ters, on the other hand, of­ten cre­a­te an ide­a­li­zed self-ima­ge of being the do­mi­nant, sup­pres­si­ve alp­ha ma­le or fe­ma­le in per­so­nal re­la­ti­ons­hips, at the work­pla­ce, or in high-pro­fi­le po­si­ti­ons of so­ci­e­ty (such as po­li­tics and me­dia). Ma­ny gas­ligh­ters li­ke to view them­sel­ves fal­se­ly as all-po­werful and strong, ca­pa­ble of dis­hing out ju­dg­ments and pe­nal­ties at will. Pa­tho­lo­gi­cal gas­ligh­ters of­ten ta­ke pri­de and boost them­sel­ves up by mar­gi­na­li­zing tho­se whom they per­cei­ve as wea­ker, be­lie­ving that the meek de­ser­ve their down­trod­den fa­te. They at­tack their vic­tims with di­rect or subt­le cru­el­ty and con­tempt, gai­ning sa­dis­tic plea­su­re from the­se of­fen­ses, and be­traying a lack of em­pa­thy and hu­ma­ni­ty.

In es­sen­ce, nar­cis­sists want others to wor­ship them, whi­le gas­ligh­ters want others to sub­mit to them. In a big way, the­se ex­ter­nal fa­ca­des be­co­me pi­vo­tal parts of their fal­se iden­ti­ties, re­pla­cing the re­al and in­se­cu­re self.

4. Ru­le Brea­king and Bounda­ry Vi­o­la­ti­on

Ma­ny nar­cis­sists and gas­ligh­ters en­joy get­ting away with vi­o­la­ting ru­les and so­ci­al norms. Examples of nar­cis­sis­tic tres­pass in­clu­de cut­ting in li­ne, chro­nic un­der-tip­ping, per­so­nal spa­ce in­trusi­on, bor­ro­wing items wit­hout re­turning, using other’s pro­per­ties wit­hout as­king, diso­beying traf­fic laws, brea­king ap­point­ments, and ne­ga­ting pro­mi­ses. Examples of gas­ligh­ting tres­pass in­clu­de di­rect or subt­le mar­gi­na­li­zing re­marks, pu­blic or pri­va­te sha­ming and hu­mi­li­a­ti­on, sar­do­nic hu­mor and sar­cas­tic com­ments, in­ter­net trol­ling, an­gry and ha­te­ful speech, and vi­ru­lent at­tacks on un­desi­ra­ble in­di­vi­du­als and groups.

Both nar­cis­sist and gas­ligh­ter bounda­ry vi­o­la­ti­ons pre­su­me en­tit­le­ment, with a nar­row, ego­cen­tric orien­ta­ti­on that op­pres­ses and de-hu­ma­ni­zes their vic­tims. In se­ve­re ca­ses, this bounda­ry vi­o­la­ti­on pa­tho­lo­gy may re­sult in il­li­cit and un­der­hand­ed de­a­lings, fi­nan­ci­al abu­se, sexu­al ha­rass­ment, da­te ra­pe, do­mestic abu­se, ha­te cri­mes, hu­man rights vi­o­la­ti­ons, and other forms of cri­mi­na­li­ty. Ma­ny nar­cis­sists and gas­ligh­ters ta­ke pri­de in their de­struc­ti­ve be­ha­vi­ors, as their ma­chi­na­ti­ons pro­vi­de them with a hol­low (and des­pe­ra­te) sen­se of su­pe­ri­o­ri­ty and pri­vi­le­ge.

5. Emo­ti­o­nal In­va­li­da­ti­on and Coer­ci­on

Alt­hough nar­cis­sists and gas­ligh­ters can be (but are not al­ways) phy­si­cally abu­si­ve, for the ma­jo­ri­ty of their vic­tims, emo­ti­o­nal suf­fe­ring is whe­re the da­ma­ge is most pain­ful­ly felt. Both nar­cis­sists and gas­ligh­ters en­joy sprea­ding and arou­sing ne­ga­ti­ve emo­ti­ons in or­der to feel po­werful, and keep you in­se­cu­re and off-ba­lan­ce. They ha­bi­tu­al­ly in­va­li­da­te others’ thoughts, fee­lings, and pri­o­ri­ties, showing litt­le re­mor­se for cau­sing pe­o­p­le in their li­ves pain. They of­ten bla­me their vic­tims for ha­ving cau­sed their own vic­ti­mi­za­ti­on (“You wouldn’t get yel­led at if you weren’t so stu­pid!”).

In ad­di­ti­on, ma­ny nar­cis­sists and gas­ligh­ters ha­ve un­pre­dic­ta­ble mood swings and are pro­ne to emo­ti­o­nal dra­ma — you ne­ver know what might dis­plea­se them and set them off. They be­co­me ups­et at any signs of in­de­pen­den­ce and self-af­fir­ma­ti­on (“Who do you think you are!?”). They turn agi­ta­ted if you dis­agree with their views or fail to meet their ex­pecta­ti­ons. As men­ti­o­ned ear­lier, they are sen­si­ti­ve to cri­ti­cism, but quick to ju­d­ge others. By kee­ping you down and ma­king you feel in­fe­ri­or, they boost their fra­gi­le ego, and feel mo­re re­as­su­red about them­sel­ves.

6. Ma­ni­pu­la­ti­on: The Use or Con­trol of Others as an Ex­ten­si­on of On­e­self

Both nar­cis­sists and gas­ligh­ters ha­ve a ten­d­en­cy to ma­ke de­ci­si­ons for others to suit their own agen­da. Nar­cis­sists may use their ro­man­tic part­ner, child, fa­mi­ly, friend, or col­lea­gue to meet un­rea­so­na­ble self-ser­ving needs, ful­fill un­re­a­li­zed dreams, or co­ver-up weak­nes­ses and short­co­mings. Nar­cis­sists are al­so fond of using guilt, bla­me, and vic­tim­hood as ma­ni­pu­la­ti­ve de­vi­ces.

Gas­ligh­ters con­duct psy­cho­lo­gi­cal ma­ni­pu­la­ti­on to­ward in­di­vi­du­als and groups through per­sis­tent dis­tor­ti­on of the truth, with the in­ten­ti­on of cau­sing their vic­tims to ques­ti­on them­sel­ves and feel less con­fi­dent. In per­so­nal and/or pro­fes­si­o­nal en­vi­ron­ments, they ma­ni­pu­la­te by mi­cro­ma­na­ging (con­trol­ling) re­la­ti­ons­hips, in­clu­ding tel­ling others how they should think, feel, and be­ha­ve un­der the gaslighter’s un­rea­so­na­ble re­stric­ti­ons and scru­ti­ny. They of­ten be­co­me cri­ti­cal, an­gry, in­ti­mi­da­ting, and/or hos­ti­le to­ward tho­se who fail to bow down to their di­rec­ti­ves. Gas­ligh­ter ma­ni­pu­la­ti­on is of­ten high­ly ag­gres­si­ve, with pu­ni­ti­ve me­a­su­res (tan­gi­ble or psy­cho­lo­gi­cal) exe­cu­ted to­ward tho­se who fail to re­cog­ni­ze and obey their self-per­cei­ved au­tho­ri­ty.

Per­haps the big­gest dis­tinc­ti­on bet­ween nar­cis­sists and gas­ligh­ters is that nar­cis­sists use and ex­ploit, and gas­ligh­ters do­mi­na­te and con­trol. Whi­le the nar­cis­sist does so to com­pen­sa­te for a des­pe­ra­te sen­se of de­fi­ci­en­cy (of being un­lo­ved as the re­al self), the gas­ligh­ter does so to hi­de their ever-pre­sent in­se­cu­ri­ty (of being po­wer­less and los­ing con­trol). Both of the­se pa­tho­lo­gi­cal ty­pes be­tray an in­a­bi­li­ty and/or un­wil­ling­ness to re­la­te to pe­o­p­le gen­ui­ne­ly and equit­ably as hu­man beings. They be­co­me “spe­ci­al” and “su­pe­ri­or” by being less hu­man and by de-hu­ma­ni­zing others.

In the worst-ca­se sce­na­rio, so­me in­di­vi­du­als pos­sess traits of both nar­cis­sism and gas­ligh­ting. This is a high­ly toxic and de­struc­ti­ve com­bi­na­ti­on of vani­ty, ma­ni­pu­la­ti­on, bul­ly­ing, and abu­se — all un­leas­hed in or­der to com­pen­sa­te for the perpetrator’s deep-sea­ted sen­se of in­a­de­qua­cy and fear.

4 gedachtes over “De “Gaslight”-Relatie…

  1. Erg in­te­res­sant en ge­lijk door­ge­stuurd naar een vrien­din die in de­zelf­de si­tu­a­tie zit. Dank hier­voor. En sterk­te Ka­me­raad

    1. Dank je. Een gas­light re­la­tie is echt ver­schrik­ke­lijk. Ik ben er ge­luk­kig uit. Mijn le­ven is 100 keer be­ter dan dat het een jaar ge­le­den was. Een gas­ligh­ter sloopt je, en lijkt je moed­wil­lig en sys­te­ma­tisch te wil­len ver­nie­ti­gen. Toen mijn gas­ligh­ter weg­liept van haar ge­zin, le­gi­ti­meer­de ze dat door het he­le ver­haal om te draai­en en in­eens was ik het die schul­dig was aan de woe­de­aan­val­len, het ge­weld, de da­gen­lan­ge ter­reur met slech­te bui­en, schreeuw­par­tij­en, agres­sie en soms ook fy­siek ge­weld. Ze heeft ach­ter­af een ver­haal ge­fa­bri­ceerd waar­in zij het slacht­of­fer is. Ik ben blij dat ze weg is en de kin­de­ren ook. Geen ge­schreeuw meer, nooit meer op ei­e­ren lo­pen, geen ver­pes­te week­ein­den meer. Dat is al­le­maal voor­bij.

      Ik heb nog wel eens ge­pro­beerd om er met haar over te pra­ten, om te zien of ze zich­zelf nu door­heeft, maar ze ont­kent al­les glas­hard. Gas­ligh­ters zijn heel erg ziek en kun­nen heel goed hun ei­gen de­fect weg­pra­ten en ver­drin­gen. Maar dat wil­len ze niet we­ten. Dat zal bij haar ook nooit an­ders wor­den.

      Voor­dat ze is weg­ge­gaan had ze een vriend­je op de kop ge­tikt. Die ver­tel­de haar dat “er niets mis was met haar”. Dat heeft ze me vaak voor­ge­hou­den. Wat ze ech­ter niet door­had, is dat hij dat zei zei om­dat hij zijn ge­slachts­deel in haar mond had zit­ten en zij hem ruim­har­tig be­loon­de met seks. Die re­la­tie liep bin­nen een paar maan­den mis, waar­na hij bin­nen een paar uur een nieu­we vrien­din had. Zo toe­ge­wijd was hij.. 🙂

      Mij raakt het niet meer. Na de chi­ca­nes van de laat­ste keer ben ik hard aan het ge­ne­zen. De re­a­li­sa­tie van de ho­pe­loos­heid van mijn gas­ligh­ter, de ab­so­lu­te we­ten­schap dat zij nooit in­zicht zal heb­ben in haar gru­we­lij­ke wan­ge­drag en haar to­ta­le ge­brek aan zelf­re­flec­tie hel­pen daar goed bij. Trek­ken aan een dood paard, dat weet ik on­der­tus­sen na bij­na 20 jaar er­va­ring, heeft geen zin. De ex­ploi­ta­tie en mis­han­de­ling zijn god-zij-dank voor­bij. Ik hoef me geen zor­gen meer te ma­ken over de staat van mijn huis, el­ke dag als ik uit mijn werk kom. Ik krijg niet meer el­ke dag te ho­ren dat ik ziek in mijn hoofd ben en een psy­chi­a­ter no­dig heb. Ik word niet meer sys­te­ma­tisch ge­klei­neerd, ver­ne­derd, dood ge­zwe­gen, ge­ne­geerd, klem ge­zet, af­ge­kaf­ferd en koud ge­steld. Zij loopt niet meer brie­send en tie­rend door het huis, ge­woon om­dat er iets ge­beurd is wat haar niet be­valt. De maan­den­lan­ge de­pres­sies waar­mee ze het huis ter­ro­ri­seer­de en on­der­dom­pel­de in een groot zwart gat zijn weg, even­als de ru­zies, de be­druk­te sfeer, en ook weg is de span­ning die zij op bij­na el­ke mi­nuut van de dag leg­de. Ik ben echt on­ge­lo­fe­lijk blij dat ze er niet meer is. Mijn huis is nu voor ie­der­een vei­lig, voor mij, voor mijn kin­de­ren, mijn fa­mi­lie en mijn vrien­den. Ie­der­een die in de ja­ren is weg­ge­ble­ven komt lang­zaam weer te­rug. En dat is om­dat zij er niet meer is.

      Het is moei­lijk om niet al­leen maar te den­ken dat ik me bij­na 20 jaar van mijn le­ven heb la­ten on­der­druk­ken door haar, want er wa­ren ook veel goe­de mo­men­ten. Die pro­beer ik dan maar te ont­hou­den. Als ik te­rug­denk aan de nacht­mer­ries van haar bui­en, dan word ik er de­pres­sief van.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *