De onverzadigbare vrouw & de afwezige man – Lisette Thooft

Voor de snel­le hap, naast dat ver­schrik­ke­lijk moei­lij­ke the­o­re­ti­sche boek waar­aan je mis­schien bezig bent en waar je niet al te snel door­heen komt, is er een bij-boek voor op het nacht­kast­je dat zeer de moei­te waard is.…

Voor­al voor hen die zich wil­len uit­wer­ken van onder het juk van een “femi­nis­ti­sche opvoe­ding”, gege­ven door een stel poli­tiek cor­rec­te ouders in de jaren 80–90 wel­licht, is dit een reten-gei­nig boek­je van Liset­te Thooft, genaamd “De onver­za­dig­ba­re vrouw & de afwe­zi­ge man” (2011). Ik ben dat nu aan het lezen en als afko­me­ling van een radi­caal femi­nis­ti­sche anar­cho-sce­ne van die juist­ge­noem­de woe­li­ge jaren is dat toch een heel bij­zon­de­re ervaring.

Het was in de anar­cho- annex kraaksce­ne in Neder­land erg hip om een super-femi­nis­ti­sche posi­tie betref­fen­de man­nen aan te nemen. Vrou­wen waren door de eeu­wen heen altijd al het slacht­of­fer van onder­druk­king door de man­nen geweest en wij als radi­ca­le issue-groep zou­den dat hele­maal anders gaan doen. Deze gedach­te­gang was ook bui­ten onze club zeer popu­lair en uit­ein­de­lijk leef­de bij alles wat ook maar een beet­je naar “links” neig­de in die tijd de opvat­ting dat man­nen in prin­ci­pe slecht waren en vrou­wen in prin­ci­pe goed. En wat en-pas­sant ook nog even gesteld werd is dat er vol­gens dat­zelf­de prin­ci­pe geen ver­schil zat tus­sen man­nen en vrou­wen. Om dit ver­haal nog een extra wen­ding te geven: er waren man­nen onder onze gele­de­ren, die zo ver gin­gen in deze gedach­te­gang, dat ze “poli­tiek homo­sek­su­eel” wer­den. “Hoe suf kan het eigen­lijk wor­den?” vraag je je dan af.…

Jaren­lang heb ik onder de gele­gi­ti­meer­de poli­tie­ke onder­druk­king van die gewel­di­ge link­se vrou­wen om mij heen geleefd, tot­dat ik er ach­ter kwam dat vrou­wen in onze con­trei­en gewoon dezelf­de bana­le kloot­zak­ken waren als de man­nen.* Boven­dien leek het mij steeds onwaar­schijn­lij­ker dat de natuur – die ons met haar stren­ge evo­lu­tie van ver­schil­len­de geslach­ten en zeer ver­schil­len­de rol­len had voor­zien – ons het­zelf­de had gemaakt als we er zo ver­schil­lend uit­za­gen. Dat gaat toch bij­na niet?

Kij­kend naar alle ande­re levens­vor­men op deze pla­neet zien we dat geslach­te­lij­ke diver­si­teit bin­nen een soort altijd resul­teert in een hele­boel ande­re ech­te ver­schil­len tus­sen de sek­sen. En natuur­lijk zijn wij men­sen daar­van niet uit­ge­slo­ten. Het vraagt een hoop cog­ni­tief oppor­tu­nis­me om te ver­on­der­stel­len dat de ver­schil­len tus­sen man­nen en vrou­wen in onze soort hoofd­za­ke­lijk cul­tu­reel van aard zou­den zijn – aan­ge­leerd dus, en niet het gevolg van bio­lo­gi­sche ver­schil­len. Een der­ge­lij­ke posi­tie is een­vou­dig­weg niet vol te houden.

De evo­lu­ti­o­nai­re selec­tie waar­on­der Homo Sapiens tot stand is geko­men, is jon­ger dan de sek­se-rol­ver­de­ling bij de ver­schil­len­de homonoïden. Dat krijg je nu een­maal als de ene wel en de ander geen kin­de­ren baart. Met ande­re woor­den: het is zeer onwaar­schijn­lijk dat er geen actie­ve selec­tie heeft plaats­ge­von­den op basis van die­zelf­de rol­ver­de­ling. Ofwel, ver­schil­len zijn gese­lec­teerd en gecul­ti­veerd door de evo­lu­tie en zit­ten daar­door ook in de hard­wa­re! Man­nen moesten bij­voor­beeld jagen en daar­om alle vaar­dig­he­den heb­ben die dat ver­eist, zoals snel, recht­lij­nig en efficiënt com­mu­ni­ce­ren en goed in de ruim­te kun­nen bewe­gen. Kon je dat als vroe­ge man niet, dan was je ten dode opge­schre­ven en repro­du­ceer­de je dus niet. Je kreeg als het ware de pre-his­to­ri­sche Dar­win Award. Man­nen en vrou­wen zijn daar­door hele­maal niet gelijk. Dat lijkt een ver­zin­sel te zijn dat eigen­lijk te bela­che­lijk is om seri­eus over te pra­ten. Toch heeft dit “inzicht” de hoof­den van veel links-intel­lec­tu­e­le “den­kers” gevormd.

Voor de dui­de­lijk­heid: ik heb het uit­druk­ke­lijk over “niet gelijk” en niet over “niet gelijkwaardig”!

Geluk­ki­ge heb­ben we nu het boek van Thooft. Haar inzicht over man­nen en vrou­wen ligt veel dich­ter bij wat ik zelf ook onge­veer in gedach­te had. Ik moet daar­bij toe­ge­ven dat het lezen ervan een bij­na con­stant aan­hou­dend feest van her­ken­ning is. Zijn er toe­val­lig man­nen in de zaal die niet den­ken dat hun vrouw onver­za­dig­baar is – als het om het vra­gen om beter en meer gaat? Of is er mis­schien iemand die niet vindt dat vrou­wen ont­zet­tend goed zijn in zeu­ren en kla­gen, ook als jij je met geen moge­lijk­heid kunt voor­stel­len dat er iets aan de hand zou kun­nen zijn? Als je een van deze vra­gen nega­tief beant­woordt en dus een vrouw hebt die niet zeurt en snel tevre­den is, dan heeft Thooft je niets te bie­den. Voor alle ande­re man­nen geldt eigen­lijk: lezen dat boek!

Ter­zij­de zij opge­merkt dat ik erg blij ben met deze vrouw als auteur van dit voor vrou­wen – en ook voor man­nen – apert onflat­teu­ze boek. Ze zal wel wat over zich heen gaan krij­gen van de vrou­wen die femi­nis­tisch gespro­ken nog met hun hoofd in de wol­ken zit­ten. Hoe het ook zij, wak­ker zul­len ze mis­schien wel wor­den, die mis­lei­de dames. Ein­de­lijk gerechtigheid…

*) Thooft vindt in de oude fabels, sagen en legen­den veel dra­ken en ze zijn bij­na alle­maal vrou­we­lijk. De draak is door de eeu­wen heen altijd een sym­bool van de vrou­we­lij­ke lust, de onge­ci­vi­li­seer­de- en onver­za­dig­ba­re mens geweest. Daar had ik nou nooit bij stil gestaan. Vrou­wen zijn dra­ken vol­gens Thooft. Waar­om ver­baast me dat niet…?