Een hel voor el­ke dag – van­daag Sy­rië

... losse aantekening na een paar dagen horror-nieuws over Syrië .....

Het is jam­mer dat een re­vo­lu­tie al­tijd zo veel le­vens kost. Dat komt na­tuur­lijk om­dat de zit­ten­de macht­heb­bers aan hun to­ko hech­ten als­of hun le­ven er van af­hangt. Dat is vaak nog het ge­val ook. De hui­di­ge si­tu­a­tie in Sy­rië is een aar­dig voor­beeld van een tu­mul­tu­eu­ze sa­men­le­ving die op het punt staat haar on­der­druk­ker voor eens en voor al­tijd naar de eeu­wi­ge jacht­vel­den te stu­ren. De weg er heen is ech­ter bloe­di­ger dan waar de we­reld die nu toe­kijkt zich goed bij kan hou­den.

As­sad zal val­len. Dat weet ik ze­ker. Hij weet het ook ze­ker, maar hij heeft nog wat last van cog­ni­tie­ve dis­so­nan­tie. Of hij is waar­schijn­lijk zijn weel­de­ri­ge asiel in Rus­land nog aan het re­ge­len. Een ac­tie waar­bij hij veel geld moet ver­za­me­len om zijn nieu­we vrien­den aan de Wol­ga te­vre­den te hou­den voor de ko­men­de 40 jaar. Uit­ein­de­lijk zal Sy­rië zich van hem en zijn en­tou­ra­ge – en de cor­rup­te ci­vie­le in­fra­struc­tuur die aan hem vast zit – ont­doen. Het is ge­ble­ken dat het niet goed­schiks kan, want vreed­za­me pro­tes­ten in de laat­ste 11 maan­den heb­ben niets uit­ge­haald. Het ant­woord van het volk en van een groei­end deel van zijn de­ser­te­ren­de le­ger is daar­om een ge­wa­pen­de strijd ge­wor­den die snel in hef­tig­heid toe­neemt. En zo drijft het re­gime het land naar een bur­ger­oor­log.

De af­ge­lo­pen da­gen laat As­sad in Homs zien dat hij van een zelf­de ka­li­ber is als de roem­ruch­te voor­gan­gers in zijn spe­ci­a­le tak van sport. Ik heb het niet over de gro­te jon­gens als Sta­lin, Mao en Hit­ler, maar over de ij­de­le jun­ta­lei­ders die de dic­ta­tu­ren van Zuid-Ame­ri­ka in de ja­ren 70 en 80 (en soms zelfs la­ter) heb­ben be­volkt. Dat wa­ren klei­ne man­ne­tjes met een veel te groot ego, en met een eli­tai­re en rij­ke ach­ter­ban, die voor haar goe­de le­ven vol­le­dig van de des­poot van dienst af­han­ke­lijk was – en an­ders­om. As­sad zit in het­zelf­de schuit­je. Ik kan me voor­stel­len dat hij al weg ge­weest zou zijn als er geen bo­ven­laag van pa­ra­sie­ten op zijn nek ge­ze­ten had; maar ook als hij niet zo ex­pli­ciet door het gro­te en steeds min­der de­mo­cra­tisch Rus­land zou wor­den ge­steund.

De rol van Rus­land ver­baast me niet. Een ver­oor­de­ling van Sy­rië door Poe­tin zou een bui­ten­ge­woon hy­po­criet ge­zichts­ver­lies zijn; zo zin­nig als een pau­se­lij­ke oe­ka­ze dat pries­ters niet mo­gen bid­den. Rus­land heeft zelf zo’n ge­weld­da­di­ge ge­schie­de­nis, dat het nog wel 20 ge­ne­ra­ties kan du­ren voor­dat ze daar een beet­je men­se­lijk wor­den in de ho­ge­re eche­lons. Zo­als wij in Ne­der­land een Wil­ders pro­du­ce­ren, zo doen ze dat in Rus­land met hun Bre­zn­je­vs… eh, ik be­doel na­tuur­lijk Poe­tins.

Van­daag vie­len er bij een bom­aan­slag in Alep­po – uit­ge­voerd door het Vrije Sy­ri­sche Le­ger, re­bel­le­rend te­gen As­sad –  25 slacht­of­fers. Het is niet het eer­ste sub­stan­ti­ë­le ge­weld dat de re­bel­len ge­brui­ken. Er zijn op meer plaat­sen en op an­de­re mo­men­ten ook do­den ge­val­len. De slacht­of­fers zijn he­laas niet de com­bat­tan­ten die je een der­ge­lijk ein­de zou gun­nen, al was het al­leen maar om­dat ze zelf voor de strijd heb­ben ge­ko­zen. Het zijn bur­gers, vrou­wen en kin­de­ren. Veel kin­de­ren. Ik heb cij­fers van bo­ven de 400 ge­zien.

De foto’s van de ver­woes­tin­gen en het on­voor­stel­ba­re leed zijn hart­ver­scheu­rend. We moe­ten ech­ter blij­ven kij­ken. On­ze klein­kin­de­ren gaan na­me­lijk aan ons vra­gen waar­om wij er bij heb­ben ge­staan zon­der iets te doen. Wat had­den we an­ders kun­nen doen dan toe­kij­ken via ons da­ge­lijk­se jour­naal? Wat vroeg ik ei­gen­lijk aan mijn opa, die een sol­daat was van Mus­so­li­ni? Of aan al die Duit­sers die de el­len­de van het Der­de Rijk aan den lij­ve heb­ben on­der­von­den? Waar­om de­den jul­lie niets?

Zo con­fron­teer ik mij­zelf toch nog even – met te­rug­wer­ken­de kracht – met de on­men­se­lijk­heid van de ge­schie­de­nis.