Ka­nye West: amateur-“filosoof” uit Ame­ri­ka

Mees­ter­De­biel met groot­heids­waan­zin Ka­nye West

Ik was vast van plan voor­lo­pig niets meer op te te­ke­nen om­dat ik ner­gens te­gen­aan liep wat een aan­te­ke­ning recht­vaar­dig­de. Dat is een an­de­re ma­nier van zeg­gen dat ik niet werd ge­ïn­spi­reerd door eni­ge ge­beur­te­nis of mel­ding in de pers.

Er is ge­noeg aan de hand, daar niet van. Sy­rië ligt in puin, de op­po­si­tie is daar on­der­tus­sen half ver­gast en als klap op de vuur­pijl heeft Trol Trump er ook nog een paar sym­bo­li­sche kruis­ra­ket­ten bo­ven­op ge­gooid. En als ik het toch over hem heb: hij lijkt in ei­gen land steeds dich­ter bij een im­pe­ach­ment te ko­men, van­we­ge zijn gro­te, leu­gen­ach­ti­ge en oor­logs­zuch­ti­ge bek, waar zelfs de Re­pu­bli­kei­nen ge­noeg van be­gin­nen te krij­gen. Ik laat hier vast nog veel in­te­res­san­te­re din­gen weg die ook zijn ge­beurd, maar toch kon het me niet su­per boei­en al­le­maal. Iets op­schrij­ven trok me al he­le­maal niet. Het is pu­re len­te/­zo­mer-lui­heid, dat is wat ik denk.

Maar in­eens komt er van­daag toch iets langs en kan ik het niet la­ten. De mel­ding dat so­ci­e­ty-suf­fel Ka­nye West – be­kend als echt­ge­noot van een van die Kar­das­hi­an-da­mes – een fi­lo­so­fie­boek gaat schrij­ven, schoot bij mij toch het ver­keer­de keel­gat in. Want als ik het wel heb, dan is de­ze Ka­nye West geen aca­de­mi­cus, geen fi­lo­soof en geen schrij­ver. Wat dat laat­ste aan­gaat vraag ik me zelfs af of hij über­haupt wel ge­al­fa­be­ti­seerd is, maar als ik zijn Wiki­pe­dia-lem­ma lees dan blijkt dat hij wel naar school is ge­gaan. Hij moet dus kun­nen le­zen.

De groot­ste er­ger­nis rond dit toch wel zeer sto­ren­de be­richt is het bij­zon­der aan­ma­ti­gen­de ka­rak­ter er­van. Me­neer Spuit-11 West gaat in zijn “fi­lo­so­fie”-boek na­me­lijk iets uit­leg­gen over foto’s, tijd en ik weet niet wat hij nog meer in zijn on­ein­di­ge wijs­heid gaat aan­stip­pen. Wat ik wel weet is dat de­ze ama­teur mis­schien goed­wil­lend is, maar dat hij hoogst­waar­schijn­lijk niets van fi­lo­so­fie weet op een re­le­vant ni­veau. Mijn me­ning: lees eerst de klas­sie­ke fi­lo­so­fen om ge­voel voor de tak van sport te krij­gen, dan de spe­ci­a­lis­ten over het spe­ci­fie­ke on­der­werp dat je wilt be­schrij­ven (tijd, foto’s) en als dán blijkt dat je zo ori­gi­neel bent dat je idee­ën nog niet zijn ge­pu­bli­ceerd, schrijf ze dan op. Wat ook heel be­lang­rijk is: als je gaat schrij­ven, doe het dan ook vol­gens de re­gels der kunst om te voor­ko­men dat het een spel­le­tje “ten­nis zon­der net” wordt, zo­als Da­ni­ël C. Den­nett dat zo mooi kan zeg­gen.

Of­wel, aca­de­mi­sche dis­ci­pli­ne én ma­te­ri­ë­le ken­nis zijn ab­so­luut nood­zaak om een boek van eni­ge be­te­ke­nis te kun­nen schrij­ven. Ik ver­wacht dat niet van de­ze en­ter­tai­ner, dus zijn boek zal wei­nig voor­stel­len. Waar­om stoort dit be­richt me dan zo? Dat heeft een aan­tal re­de­nen. Ten eer­ste moet je schrij­ver zijn om een boek te schrij­ven en ik vind het – zo­als ge­zegd – aan­ma­ti­gend dat de­ze me­neer West daar­aan zo­maar voor­bij gaat. (Ten­zij hij – zo­als ik ver­wacht – een ghost­wri­ter in dienst neemt.) Ten twee­de is de dis­ci­pli­ne Fi­lo­so­fie bui­ten­ge­woon in­ge­wik­keld en bij uit­stek af­han­ke­lijk van een de­ge­lij­ke scho­ling in het on­der­werp. Zon­der dat ver­valt de as­pi­rant fi­lo­soof on­ver­mij­de­lijk in pla­ti­tu­des en volks­wijs­he­den en trapt hij in al­le re­to­ri­sche valkui­len die er zijn. Ik zie dat al bij ge­school­de men­sen wan­neer ze een po­ging wa­gen om een gro­te-men­sen-de­bat te voe­ren en daar­bij vol­le­dig de mist in gaan. Er is wei­nig zo te­nen­krom­mend als dat. Ten­slot­te vind ik het een af­schu­we­lijk idee dat er straks een he­le hor­de men­sen rond­loopt die denkt dat het bak­sel van West fi­lo­so­fie ge­noemd mag wor­den. Wat Ame­ri­ka be­treft heb ik al geen hoop meer, maar de­ze flap­drol komt via het stream­ka­naal ook mijn huis bin­nen. Het idee dat mijn kin­de­ren zou­den kun­nen den­ken dat West ook maar in de verste ver­te tot iets aca­de­misch in staat zou zijn, staat me bij­zon­der te­gen.

Ge­luk­kig leest het Ka­nye West pu­bliek nau­we­lijks, dus veel trac­tie zal hij niet heb­ben. We mo­gen wat dat be­treft van ge­luk spre­ken. De­ze druif gaat niet veel be­we­ging bren­gen in het fi­lo­so­fi­sche land­schap, daar­voor mikt hij veel te ver bo­ven zijn klas­se. Om de meest voor de hand lig­gen­de pu­blieks­vraag die uit het voor­gaan­de on­ge­twij­feld voort­vloeit voor te zijn: “Voel ik me als aca­de­mi­cus en in­tel­lec­tu­eel be­ter dan ele­men­ten als volks­ver­ma­ker met mis­plaatste as­pi­ra­ties Ka­nye West?” Het ant­woord is na­tuur­lijk: Ja! Vééééééél be­ter! Ik ben be­ter en ik heb daar geen en­ke­le moei­te mee.