Nucleaire RAM-jets: vliegdekschepen in de ruimte

De macht over de wereldzeeën is altijd hét ijk­punt geweest voor de maat spier­bal­len van een natie. De Hol­lan­ders en de Brit­ten heb­ben bei­de ooit eens de (bij­na) glo­ba­le macht in han­den gehad van­we­ge de gea­van­ceer­de sche­pen die ze kon­den bouwen. 

Een door­snee huis-tuin-en-keu­ken wereld-Rijk werd in de regel gevormd en bestuurd door mid­del van een gro­te en zwaar bewa­pen­de vloot van zeil­sche­pen. Nu is het niet heel erg anders. De mach­tig­ste mili­tai­re mogend­he­den zit­ten nog steeds ruim in hun super­si­zed varen­de oor­logs­plat­forms. Ofwel, mari­ne over­heer­sing was altijd dé sleu­tel tot het impe­ri­a­lis­ti­sche suc­ces en is dat nog steeds.

In onze tijd werkt het voor­al met vlieg­dek­sche­pen. Wil een vlieg­dek­schip-capa­be­le staat haar geo­po­li­tie­ke argu­men­ten kracht bij­zet­ten, dan wordt er zo’n zwaar­be­wa­pen­de drij­ven­de stad naar een stra­te­gi­sche rele­vant gebied geva­ren. Een vlieg­dek­schip is een mili­tair vlieg­veld dat over­al kan wor­den inge­zet, com­pleet met squa­drons gevechts­vlieg­tui­gen, beman­nin­gen en onder­steu­nend per­so­neel. Als er zo’n ding voor je kust komt lig­gen, dan weet je dat je hom­me­les hebt met een oppo­nent die jou mili­tair kan plat­druk­ken als­of je een onbe­te­ke­nen­de vlieg bent. Ten­zij je beschikt over hét won­der­wa­pen tegen vlieg­dek­sche­pen: de onderzeeër. (En laten wij hier in Neder­land juist die tak van sport weer nieuw leven inblazen.)

Eni­ge tijd gele­den werd in de pers mel­ding gemaakt van een onge­luk met een Rus­si­sche nucle­air aan­ge­dre­ven raket. Dat is nieuws dat ver­der strekt dan het zeer jam­mer­lij­ke over­lij­den van een groep weten­schap­pers die te dicht in de buurt stond. Het geeft name­lijk ook aan dat nucle­ai­re propul­sie vol­was­sen aan het wor­den is; iets waar­van ik, moet ik toe­ge­ven, niet het flauw­ste benul had. Dat bete­kent dat de ruim­te seri­eus mili­tair kan wor­den geëxploiteerd… met gigan­ti­sche ruim­te­sche­pen waar­aan vrij­wel geen fysie­ke grens meer zit. Ofwel, de vlieg­dek­sche­pen gaan de ruim­te in. En als dat een­maal kan, dan kun­nen we met recht stel­len dat de impe­ri­a­lis­ti­sche poten­tie van de lan­den die zich zo’n ding kun­nen ver­oor­lo­ven met eni­ge mag­ni­tu­des stijgt.

Batt­lestar Galac­ti­ca. Nu nog SciFi. 

Hoe de ruim­te oor­logs­sche­pen er in het echt uit gaan zien is nog pure spe­cu­la­tie, maar een fijn gezicht zal het niet zijn om een der­ge­lijk mon­ster door je tele­scoop te zien vlie­gen. De reik­wijd­te van zo’n ding is onbe­perkt en het kan razend­snel over­al ter plaat­se zijn. Dit in tegen­stel­ling tot een con­ven­ti­o­neel zee­va­rend exemplaar.

De moraal van dit ver­haal is dat de ruim­te-grens voor oor­logs­voe­ring zeer bin­nen­kort zal wor­den over­schre­den (als het niet al lang het geval is). Toen de mens leer­de zee­va­ren en de nieu­we tech­no­lo­gie kon inzet­ten voor oor­logs­doel­ein­den, ver­an­der­de het aan­ge­zicht van de wereld radi­caal. Een­zelf­de manoeu­vre staat ons nu ook weer te wach­ten. Alleen zijn het nu niet de Hol­lan­ders of de Brit­ten die zich mon­di­aal breed kun­nen maken, maar de Ame­ri­ka­nen, de Rus­sen en de Chi­ne­zen. Of de wereld daar beter van wordt valt sterk te betwijfelen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *