Ode aan de E-num­mers (2017) – Ro­san­ne Hertz­ber­ger

Niets doet me meer deugd dan het ont­krach­ten van een hip­pie-my­the. Dat kan over van al­les zijn, maar die over ge­zond­heid en eten zijn het leuk­ste. Dat zijn na­me­lijk tak­ken van sport waar­in de grootst mo­ge­lij­ke on­zin wordt ver­kon­digd en waar het na­wau­we­len van de meest va­ge goe­roes het hoog­ste goed lijkt te zijn. En dat al­les grijpt plaats in de ver­on­der­stel­ling dat de voed­sel­in­du­strie per de­fi­ni­tie fout is en zich in­laat met de ene sa­men­zwe­ring te­gen de con­su­ment na de an­de­re.

Dat laat­ste is mis­schien wel een klein beet­je zo – dat leer ik van Ro­san­ne Hertz­ber­ger, uit haar boek “Ode aan de E-num­mers” (2017) – maar dat is dan voor­al op aan­drin­gen van de con­su­ment zelf. Die wil te­gen­woor­dig “clean la­bels” heb­ben en daar­om wor­den veel in­gre­di­ën­ten met E-num­mers nu ver­van­gen door pre­cies de­zelf­de in­gre­di­ën­ten maar dan an­ders – E-num­mer­vrij – ge­pro­du­ceerd. “Na­tuur­lijk” heet het dan, maar be­so­de­mie­te­rij blijft het.

De voed­sel­in­du­strie is ge­luk­kig flexi­bel. Wij vra­gen, zij draai­en. Soms ha­len ze daar de meest in­ge­wik­kel­de ca­pri­o­len uit om de kwa­li­teit van hun pro­duc­ten te re­a­li­se­ren, on­danks de ad-hoc ta­boes op be­schik­ba­re en nood­za­ke­lij­ke hulp­mid­de­len, waar­van de plaats moet wor­den in­ge­no­men door iets “na­tuur­lijks” of door een vol­le­dig her­zien pro­ces. Je zult er maar aan staan: de ir­ra­ti­o­ne­le nuk­ken van de con­su­ment ma­ken het die men­sen echt moei­lijk. Maar het lukt ze, el­ke keer weer, om ge­noeg én goed eten voor ons al­le­maal in de schap­pen te leg­gen; + nog een beet­je meer. En dat is over­gro­ten­deels zo om­dat de pro­duc­tie van voed­sel zo in­du­stri­eel is. Zon­der die in­du­strie had ik hier nu niet ge­ze­ten om de­ze zin­ne­tjes op te tik­ken.

Hertz­ber­ger maakt me blij met haar boek. Ze veegt de vloer aan met al­ler­lei eso­te­ri­sche bet­we­te­rij die over voed­sel in het al­ge­meen en ad­di­tie­ven in het bij­zon­der be­staat. Dat doet ze met hel­de­re taal, een goed ge­voel voor hu­mor en kei­har­de we­ten­schap. Na haar boek heb ik geen en­kel pro­bleem meer met smaak­ver­ster­kers, kunst­ma­ti­ge zoet­stof­fen en an­ti-oxi­dan­ten en in­te­res­seert me het la­bel van de spul­len die ik koop niet meer. Al­hoe­wel, ei­gen­lijk, als je haar “clean la­bel” ver­haal leest, dan wil je pro­duc­ten met zo veel mo­ge­lijk E-num­mers heb­ben. Daar zit na­me­lijk veel min­der kunst- en vlieg­werk om die con­su­ment mee om de tuin te lei­den in. In de re­gel be­te­kent dat ook ge­lijk “goed­ko­per” denk ik dan, maar mis­schien ben ik na­ïef. In elk ge­val raad ik ie­der­een van har­te aan om dit boek­je te le­zen, want je lacht je rot over de on­be­nul­lig­heid waar­mee el­ke voed­sel-hip­pie ge­plaagd wordt. En je wordt je ook wat be­wus­ter van de in­gre­di­ën­ten waar­op je wel zou moe­ten let­ten: sui­ker, zout en vet.

Eer­der al no­teer­de ik iets over Hertz­ber­ger. Ik be­vind me ken­ne­lijk in een voed­sel-ge­voe­li­ge pe­ri­o­de, maar dat kan te ma­ken heb­ben met het feit dat ik thuis door mijn voor­raad Fri­ulaan­se wa­ren heen ben en op het punt sta die ein­de­lijk weer aan te vul­len. Ik ver­maak me­zelf graag met al­ler­lei fa­bel­tjes over de su­pe­ri­o­ri­teit van het Ita­li­aan­se eten en daar­naast heb ik als gast­heer al maan­den geen fat­soen­lij­ke grap­pa meer in huis om aan te kun­nen bie­den. De Hei­mat roept dus en wel met zeer lui­de stem. Ech­ter, wat waar­schijn­lijk ook aan de hand is – naast mijn zwak voor hip­pie-bas­hing – is dat ik so­wie­so warm word van aca­de­misch hoog­vlie­gen­de da­mes (Hertz­ber­ger is doc­tor in de mi­cro-bi­o­lo­gie) die tref­ze­ker een punt kun­nen ma­ken dat lek­ker con­tro­ver­si­eel is (in niet zo wel­in­ge­lich­te krin­gen) en dat ook nog eens een hoog me­dia­pro­fiel krijgt. In het ge­val van “Ode aan de E-num­mers” is dat ze­ker zo. De hei­sa die in de me­dia is ont­staan over dit boek is om je vin­gers bij af te lik­ken.

Er is meer moet ik toe­ge­ven: ik zou geen recht­ge­snaar­de Fri­ulaan zijn als ik de­ze me­vrouw ook niet stie­kem leuk zou vin­den om naar te kij­ken. Ze be­wijst met haar fris­se ver­schij­ning (anek­do­tisch maar over­tui­gend) haar ge­lijk. Kijk naar de ge­mid­del­de ve­ga­nist en je schrikt je te plet­ter. De­ze da­me, met al die E-num­mers die ze con­su­meert, ziet er toch bla­kend en stra­lend uit? Wat mij be­treft kun­nen we daar – ook als leek – al wat voor­zich­ti­ge con­clu­sies uit gaan trek­ken…