Jezus was een paalhanger

Het is leuk om te zien hoe paniekerig mensen worden als je aan hun zekerheden tornt. Het is nog leuker om dat te zien bij fundamentele christenen waarvan de basis voor hun wereldvreemde bestaan met de grond gelijk gemaakt wordt. Op zich is dat geen geringe prestatie, want dat soort christenen zijn notoire werkelijkheids-ontkenners en onzin-gelovers, dus er is heel wat voor nodig om hun rotsvaste overtuiging van het wel en wee van die illustere doch eeuwig onzichtbare en fictieve godsfiguur van ze, effectief op te schudden.

Het lijkt net zo te werken als bij mij: kom aan mijn kinderen en je bent je leven niet meer zeker. En met een soort omweg gebeurt het zelfde in de schimmige geloofswereld, die nu op zijn kop staat om dat het gods-larf zelf, Jezus dus, ineens anders aan zijn einde gekomen zou zijn dan altijd was aangenomen. De arme jongen is naar het zich laat aanzien niet fatsoenlijk gekruisigd, maar is – als hij überhaupt heeft bestaan natuurlijk – waarschijnlijk als een ordinaire crimineel aan een paal opgehangen.

Nou ja, gelukkig is dat nog te overzien. Als ze hem hadden verzopen, dan moesten nu al die kruisbeelden boven al die christelijke deuren vervangen worden door aquaria met een blauw aangelopen christusbeeldje op de bodem. Dat is logistiek een ingewikkelde aangelegenheid, en dan het gedoe met al dat water… Het kruis vervangen voor een paaltje lijkt dan geen onoverkomelijk probleem…. tenzij je een nietsontziende christen-fundamentalist bent natuurlijk, want dan werkt de hele wereld anders.

Op zichzelf kan het weinig schokkend zijn: het lijkt er op dat de interpretatie van Jezus aan het kruis vooral te maken heeft met de verkeerde vertaling van een aantal vroeg-bijbelse termen. Het kruis was geen kruis maar een doodgewone paal. En aan die paal is hij opgehangen totdat zijn rikketik het begaf. Het is een minieme wijziging in het verhaal, en het zou ook eigenlijk geen wereldschokkende aangelegenheid moeten zijn. Want zelfs hangend aan die paal zou Jezus de zonde van de wereld gewoon op zich kunnen nemen en als martelaar – een Joodse dit keer, die het niet voor de hemelse maagden doet – kunnen sterven. De christelijke “realiteit” is echter een stuk weerbarstiger.

Al dit theologische moois is uitgezocht door een zekere Gunnar Samuelsson en opgetekend in zijn proefschift. Hij heeft nog eens goed naar de oude onversneden teksten gekeken en daar kwam hij geen aanwijzingen voor de kruisiging van Jezus tegen. Het laat zich raden: er is naar aanleiding van dit proefschrift een aanmerkelijke storm opgestoken in de christelijke wereld. “Maar waarom eigenlijk?”, vraag je je af als je de kritieken leest.

Ik ben er na het lezen van een paar van die episteltjes wel uit: het gaat om de letterlijkheid van wat de christenfundamentalist altijd geloofd heeft. Als je de hier voorgaande link volgt dan valt bijvoorbeeld op dat er tegenargumenten voor het paal-verhaal uit de Engelse bijbel worden gehaald. Dit zijn reeds verkeerd vertaalde uitgaven, die helemaal niets van doen hebben met de teksten waarop Samuelsson zich baseert. Hieraan kun je zien hoe sterk deze zaak in het irrationele is verankerd. Ieder gezond denkend mens met ook maar de geringste interne beschaving zou enig dispuut hierover weloverwogen en serieus tegemoet treden, naar ik mag hopen. Dit paal-versus-kruis verhaal wordt echter vooral weggehoond met de harde, domme schaterlach van de ultieme onwetendheid – iets wat ik nog wel ken van klasgenootjes van vroeger, die nooit iets wilde aannemen van me en die nu trots mogen zijn op een schitterende carrière als heuse parkeerwachter.

Dit paal-dispuut lijkt iets bloot te leggen dat de seculair-superieure medemens natuurlijk al eeuwenlang tegen de goedgelovige gebruikt: al dat gezeur over goden en hun kinderen moet worden gezien als een verhaaltje, een fictief stukje tekst dat niets met de werkelijke wereld van doen heeft anders dan dat het dient als angsbezwering en pseudoverklaring voor het grote onbekende. Vooral die laatste twee parameters zijn bij de onwetenden zwevers nog erg in trek.

Het onwerkelijke en fictieve van de bijbel is op een dusdanige manier uit het zicht gewerkt, dat de gelovige zich aan de tekst kan vastklampen alsof het de werkelijkheid betreft. En hoe fundamentalistischer de goedgelovige is, hoe sterker hij aan de tekst als realiteit zal hangen. Aan de echte fysieke wereld zelf heeft deze misleide sloeber namelijk in het geheel geen boodschap. En als je dan ook nog het leven van anderen wilt dicteren, dan wil je er wel van overtuigd zijn dat er in het dictaat geen fouten staan. Het toegeven van zoiets zou de wereld van deze beklagenswaardige waarschijnlijk volledig doen instorten.

Gelukkig weten een heleboel mensen beter dan de bijbel al te serieus te nemen. Zelfs een heleboel christenen – de niet fundamentele en overwegend humanistisch denkende – doen dat, omdat voor hen de levenskwaliteit van zowel zichzelf als die van anderen centraal staat, en niet een of andere profane geldingsdrang die de fundamentalistische gelovige zo kenmerkt. Maar wat wil je ook met elementen die het woord belangrijker vinden dan het leven zelf? Wat valt er eigenlijk te verwachten van mensen die geen televisie kijken omdat ze denken dat het geloof in hun god en enig aards genoegen niet met elkaar te rijmen vallen – één van de redenen waarom ze gods oordeel permanent vrezen? Wat kun je aan menselijkheid verwachten van sujetten die menen dat zij de dictatuur van het dogma moeten botvieren op hun gemeente, parochie of kinderschare? Daar bestaat toch helemaal geen hoop meer voor?

Misschien zijn die mensen toch minder slecht dan ik wil denken, maar één ding staat voor mij als een paal boven water: veel goeds kan er niet van komen.

Privacy (2010) - Rudie Kagie
Midas en Mussolini