Re­li­gie en al­tru­ïs­me: een NEGATIEVE cor­re­la­tie

Dit is een aan­te­ke­ning voor la­te­re re­fe­ren­tie; ze­ker in dis­cus­sies met ir­ri­tan­te chris­te­lij­ke bet­we­ters*:

Re­li­gi­eu­ze kin­de­ren zijn ego­ïs­ti­scher, ge­me­ner en aso­ci­a­ler dan niet-re­li­gi­eu­ze kin­de­ren.”

Zo we­ten we weer pre­cies waar we aan toe zijn. Re­li­gie maakt kin­de­ren slech­ter dan ze van na­tu­re zijn, zo blijkt uit on­der­zoek. De recht­ge­snaar­de athe­ïst klinkt de­ze bood­schap als mu­ziek in de oren. In die van mij dus ook. We­der­om ben ik blij dat mijn kin­de­ren tij­dens hun op­voe­ding – door mij – ver­schoond zijn ge­weest van het ge­loof in god. Ze zijn ge­luk­kig ook nog steeds fer­ven­te on­ge­lo­vi­gen.

Zo­als ge­zegd ver­zin ik het niet zelf. Het in­zicht hier­bo­ven is uit­ge­von­den door on­der­zoe­kers in Chi­ca­go, die hun re­sul­ta­ten gis­te­ren op Sci­en­ce­Di­rect pu­bli­ceer­den.** De on­der­zoe­kers heb­ben ge­ke­ken naar het ge­drag en de per­cep­tie van kin­de­ren tus­sen de vijf en twaalf jaar uit zes lan­den: Ca­na­da, Chi­na, Jor­da­nië, Zuid-Afri­ka, Tur­kije en de V.S.. Met de­ze kin­de­ren de­den ze aan aan­tal ex­pe­ri­men­ten waar­bij on­der an­de­re vrij­ge­vig­heid, ver­ge­vings­ge­zind­heid, al­tru­ïs­me, to­le­ran­tie en straf-ge­neigd­heid wer­den ge­me­ten. Daar­na wer­den de kin­de­ren sta­tis­tisch ge­con­tro­leerd op re­li­gi­o­si­teit. Uit de ex­pe­ri­men­ten bleek ver­vol­gens dat re­li­gi­eus op­ge­voe­de kin­de­ren min­der to­le­rant zijn voor an­de­ren, dat ze min­der ge­neigd zijn om te de­len met an­de­ren en dat ze meer ge­neigd zijn om an­de­ren te straf­fen. Het maakt daar­bij niet uit of ze chris­ten of mos­lim zijn. Wel is het zo dat de ne­ga­tie­ve in­vloed ster­ker wordt naar­ma­te de­ze lan­ger duurt.

Het is voor de door­ge­win­ter­de athe­ïst geen nieuws dat re­li­gie veel el­len­de ver­oor­zaakt en in de re­gel de bren­ger van slech­te tij­ding is. He­le oor­lo­gen wor­den er ge­voch­ten voor het god­de­lij­ke ge­lijk. Zelfs bin­nen de ver­schil­len­de sma­ken van één en­kel merk kun­nen ze el­kaar naar het le­ven staan om een on­be­te­ke­nend non-is­sue. De twee hoofd­stro­min­gen bin­nen de is­lam la­ten dat el­ke dag weer zien. Het ligt dus voor de hand dat re­li­gi­eus op­ge­voe­de kin­de­ren “slech­ter” – of wat min­der cru: al­tru­ïs­tisch on­der­be­deel­der – zijn dan hun athe­ïs­ti­sche collega’s. Het is even­wel goed dat er nu sys­te­ma­tisch on­der­zoek naar is ge­daan. Dat schept na­me­lijk dui­de­lijk­heid.

In dat ver­band is het leuk om te ver­mel­den dat bij de in­hul­di­ging van een nieuw ka­bi­net in Ca­na­da de helft van de in­ge­zwo­ren kan­di­da­ten af­zag van de op­mer­king “so help me god”. Dat noem ik voor­uit­gang en het is ho­pe­lijk een lich­tend voor­beeld voor hun men­taal min­der scher­pe zui­der­bu­ren, die de re­sul­ta­ten van het bo­ven­ge­noem­de on­der­zoek ove­ri­gens ge­rust kun­nen ba­ga­tel­li­se­ren met hun re­gu­lie­re, gods­dien­stig ge­ïn­sti­geer­de sci­en­ce-bas­hing.


*) Er zijn ook niet ir­ri­tan­te chris­te­nen, die geen bet­we­ter zijn en die niet on­ge­wenst mis­si­o­ne­ren. **) Voor de lief­heb­ber staat het rap­port hier. Voor de snel­le scan­ner vol­staat de aan­te­ke­ning hier bo­ven.