Vrou­wen zijn net man­nen (en andersom)

Vol­gens de da­mes-sol­da­ten van het Koer­di­sche Be­vrij­dings­le­ger dat nu ac­tief is te­gen IS zijn vrou­wen de be­te­re krij­gers. Ze zijn min­der on­be­suisd, veel voor­zich­ti­ger, heb­ben meer ge­duld en een door hun moe­der­in­stinc­ten ge­ge­ven gro­te­re op­of­fe­rings­ge­zind­heid. Dat is ook nog eens te dan­ken aan de af­we­zig­heid van tes­tos­te­ron, een stof­je dat de mees­te man­nen bij de juis­te con­cen­tra­tie ver­an­dert in hul­pe­lo­ze stum­perds met acu­te her­sen­ver­we­king; even­tu­eel uit­ge­rust met een tij­de­lijk ver­ste­vig­de pud­ding­buks. Dat lijkt ver­ve­lend voor de da­mes en voor de he­ren, maar het heeft als evo­lu­ti­o­nair voor­deel dat de mees­te man­nen in de juis­te staat van op­win­ding al­les be­vrij­en wat ze te­gen­ko­men. Zo krijgt vrij­wel el­ke da­me, on­ge­acht haar voor­ko­men, haar vi­su­e­le sta­tus of haar BMI, toch maar mooi de kans op een ero­tisch mo­ment … en dus op nageslacht.

Ik kon me dat zo goed voor­stel­len, wat ik (hier al vaak) eer­der heb ge­steld: dat er ech­te ver­schil­len zijn tus­sen man­nen en vrou­wen die lig­gen ver­an­kerd in de hard­wa­re van het brein.Door sek­su­e­le se­lec­tie van man­ne­lij­ke pa­rings-pro­spec­ten door de da­mes zelf zijn die ver­schil­len ver­der aan­ge­scherpt”, wist ik mij­zelf al­tijd haar­fijn uit te leg­gen. Het lijkt er ech­ter op dat ik de­ze stel­ling moet her­zien, hoe jam­mer en on­com­for­ta­bel dat ook is.

On­der­zoek heeft uit­ge­we­zen dat man­nen en vrou­wen nau­we­lijks ver­schil­len in breinop­maak, maar dat wel elk brein zo on­ge­veer een unie­ke mo­za­ïek van op­bouw en ei­gen­schap­pen is. Daar­bij over­lap­pen de ge­slach­ten el­kaar meer dan dat ze wer­ke­lijk sig­ni­fi­cant ver­schil­len. Als je dan gaat kij­ken naar ge­drag en voor­keu­ren, za­ken die vaak wor­den aan­ge­haald als de je-van-het’s van de ver­schil­len tus­sen man­nen en vrou­wen, dan blij­ken we ook op dat ni­veau nau­we­lijks te ver­schil­len. Voor de liefhebber:

So how to ex­plain the idea that ma­les and fe­ma­les seem to be­ha­ve dif­fe­rent­ly? That too may be a myth, Joel says. Her team ana­ly­zed two lar­ge da­ta­sets that eva­lu­a­ted high­ly gen­der ste­reo­ty­pi­cal be­ha­vi­ors, such as playing vi­deo ga­mes, scrap­boo­king, or ta­king a bath. In­di­vi­du­als we­re just as va­ria­ble for the­se me­a­su­res: On­ly 0.1% of sub­jects dis­play­ed on­ly ste­reo­ty­pi­cally-ma­le or on­ly ste­reo­ty­pi­cally-fe­ma­le behaviors.

The­re is no sen­se in tal­king about ma­le na­tu­re and fe­ma­le na­tu­re,” Joel says. “The­re is no one per­son that has all the ma­le charac­te­ris­tics and ano­ther per­son that has all the fe­ma­le charac­te­ris­tics. Or if they exist they are re­al­ly, re­al­ly ra­re to find.”

Het is toch wat. De ene ze­ker­heid na de an­de­re valt on­der me weg, zo lijkt het soms wel. Een harts­toch­te­lijk vit­ten op de da­mes was toch al­tijd een goe­de ma­nier van frus­tra­tie-ma­na­ge­ment. Nu moet ik een an­der doel­wit gaan zoe­ken voor de­ze door­gaans zeer nut­ti­ge exer­ci­tie, met dank aan de on­der­zoe­kers van Chi­ca­go Me­di­cal School in Il­li­nois. De ver­zuch­tin­gen “je lijkt wel een wijf” of (voor de da­mes) “man­nen!” lij­ken na hun be­vin­din­gen vol­strekt on­zin­nig te zijn.