De fas­cis van Be­ni­to M. te M.

Een on­schul­dig uit­stap­je in Mil­aan ver­gas­te mij en­ke­le da­gen ge­le­den op een per­soon­lij­ke pri­meur. Ik zag voor het eerst in mijn le­ven een ex­pli­ciet re­al-ti­me over­blijf­sel van het Eu­ro­pees (ste­de­lij­ke) fas­cis­me open en bloot in het straat­beeld. Zelfs in mijn ve­le om­zwer­vin­gen door ex-Na­zi­land Ger­ma­ni­cum heb ik nooit een swas­ti­ca ge­zien. Laat het aan die spaghetti’s over om mij met een au­then­tie­ke fas­cis op mijn dak te val­len. En dat niet één keer, nee twéé maal zeer­de dit gru­wel mijn on­ver­moe­den­de oog. Heb ik weer, ter­wijl ik – min­ding my own – rus­tig liep te fla­ne­ren met moe­der de vrouw.

Dat luk­te die Duit­sers voor zo­ver ik weet wel, maar die Ita­li­a­nen heb­ben daar ken­ne­lijk wat meer moei­te mee. Daar is sinds min­stens 80 jaar niets nieuws on­der de zon als je het mij vraagt. Waar ge­mi­li­ta­ri­seerd Mofri­ka on­der Adolf H. te B. voort­va­rend Eu­ro­pa on­der de voet liep, moest Ben­nie nog be­den­ken of hij er zijn si­ës­ta voor ging on­der­bre­ken. Ge­heel in lijn met zijn cul­tu­re­le dis­po­si­tie was hij bij­na te laat en pas on­der druk van zijn Tu­toon­se kom­paan be­reid om aan de strijd deel te ne­men. Hij heeft het met een goed­ge­mik­te ko­gel in zijn borst moe­ten be­ko­pen, waar­na hij als een be­ster­ven­de fa­zant in een ben­zi­ne­sta­ti­on werd op­ge­han­gen. Daar­in was hij dan wel weer fluk­ser dan Hit­ler, die pas twee da­gen la­ter de aard­se plaat poets­te.

Ik geef toe, het is geen si­ne­cu­re om al­le fas­cis­ti­sche sym­bo­len uit een stad te ver­wij­de­ren. Ze wa­ren ten­slot­te spe­ci­aal voor de über­zicht­ba­re eeu­wig­heid pre­cies daar op­ge­han­gen waar ze niet te mis­sen wa­ren. Daar­naast was schok­be­ton een ge­liefd ma­te­ri­aal, vaak ver­dekt ver­stopt ge­sto­ken on­der een dun laag­je mar­mer­ach­tig ma­te­ri­aal. Zie dat maar eens he­le­maal weg te krij­gen.

Als ik er op was blij­ven let­ten had ik waar­schijn­lijk meer fas­ces ge­zien. Ik heb het er­bij ge­la­ten. Het is sip ge­noeg dat Mus­so­li­ni een in be­gin­sel mooi sym­bool voor zijn po­li­tie­ke lo­go heeft mis­bruikt. De lic­to­ren – de be­ge­lei­ders en lijf­wach­ten van de ge­zags­dra­gers en be­las­ting­hef­fers van het klas­sie­ke Ro­me – droe­gen de fas­ces als sym­bool van de macht en de recht­vaar­dig­heid. Voor­al die laat­ste con­no­ta­tie is wel heel erg diep de grond in ge­boord.

Maar nu even iets heel an­ders .…

Mil­aan is de minst in­te­res­san­te en met vlag en wim­pel de le­lijk­ste stad in Noord-Ita­lië. Je hoeft er dus echt niet heen, ten­zij je de best ge­sor­teer­de de­li­ca­tes­sen­win­kel op de­ze pla­neet een goed uit­stap­je vindt en dit cu­li­nai­re we­reld­won­der wilt be­zoe­ken. Dat won­der heet Peck … (Via Spadari, 9). Het is daar on­ein­dig veel leu­ker, aan­ge­na­mer en voor­al veel ver­lei­de­lij­ker dan bij die mo­de-ma­ken­de aan­stel­lers zo­als Guc­ci, Dol­ce, Ver­sa­ce, Ar­ma­ni, Pra­da en al die an­de­re flam­boy­an­te maf­ke­tels. …

Geef een reactie