Koetsier Herfst – Charlotte Mutsaers

Ik had een goe­de reden om weer eens iets in het Neder­lands te lezen: ik schrijf zelf (weer) in deze gewel­di­ge taal en heb der­hal­ve wat voor­beeld mate­ri­aal nodig, om weer goed op gang te komen. Dat is nodig na een eni­ge jaren duren­de esca­pa­de naar het Engels.

Wel­be­spraakt­heid, of wel-beschre­ven­heid, kun je leren. Je moet daar­voor genoeg tek­sten onder ogen krij­gen en begrij­pen waar­om het ene wel, en het ande­re niet goed geschre­ven is. Wat goe­d is doe je dan na, met een eigen saus­je er over­heen. Althans, zo zou het kun­nen gaan als je oog hebt voor taal en ook nog eens de capa­ci­teit hebt om een tech­niek te her­ken­nen en uit te voeren.

Ter illu­stra­tie: ik kijk tegen­woor­dig veel op de weblog van mijn schoon­zus­ter, een Bel­gi­sche van Ant­werp­se make­lij. Bel­gen zijn voor ons Hol­lands-spre­ken­den altijd een goe­de bron voor onver­sne­den en puur Neder­lands. Dus daar kan ik nog wat van leren.

Puur en echt, zo wil­de ik het heb­ben. Van­daar dat ik – nadat Char­lot­te Mutsaers de P.C. Hooft prijs 2009 kreeg, met als com­men­taar van de jury dat haar taal­ge­bruik zo bij­zon­der en onal­le­daags was – mij haar boek “Koet­sier Herfst” heb aan­ge­schaft. Mijn idee was om dat eens goed te bekij­ken, dat onal­le­daag­se maar zeer bij­zon­de­re taal­ge­bruik en te kij­ken hoe ik daar­mee mij eigen tech­niek zou kun­nen verbeteren.

Ja ik weet het. Het is schaam­te­lo­ze dief­stal. Maar daar kan ik nu even niet mee zitten.

Afijn, vol goed moed begon ik te lezen, mij­zelf nes­te­lend in mijn favo­rie­te lees­hou­ding: in bed, met twee kus­sens ach­ter mij en één onder het boek voor me. Dan even lezen, na 5 minu­ten in slaap val­len, een kort flits­slaap­je van 10 minu­ten doen, dan weer wak­ker wor­den en twee uur lang strak door­le­zen. Ik was er hele­maal klaar voor: een les schrij­ve­rij van mevrouw Mutsaers. Aldus deel­de zij mijn bed met haar 460 pagina’s tel­len­de roman Koet­sier Herfst. Dat was op zich geen gerin­ge pres­ta­tie, want zodra ik het idee krijg dat een boek per kilo is uit­ge­ge­ven – iets waar­van bij­voor­beeld Bert Bak­ker nog­al eens een hand­je heeft – dan is de toe­gang tot mijn bou­doir eigen­lijk al afge­slo­ten. Maar niet voor Char­lot­te dus, want voor haar had ik een spe­ci­a­le opdracht.

Mis­schien ligt het aan mij, en had ik me beter moe­ten voor­be­rei­den op de schok die ging komen. Maar een schok was het alles­zins: ik vond er geen ene reet aan, dat boek. Ik heb met moei­te gepro­beerd me door het ver­haal heen te wor­ste­len, maar ben al na 100 pagina’s met pijn in het hart opge­hou­den. Waar­om? Ik zal het uitleggen.

Ten eer­ste had ik ver­wacht een vrou­we­lijk hoofd­per­soon te tref­fen. De schrij­ver is ten­slot­te een vrouw en ik had wel zin in wat psy­cho­lo­gi­sche door­kijk­jes in het femi­ni­ne brein. Je weet maar nooit waar­voor het goed is en ver­ma­ken zal het in ieder geval. Wat ik zelf (als man) niet heb blijft toch altijd inte­res­sant; of het nu gaat om een vrou­we­lij­ke denk­trant, een paar bor­sten en een vagi­na, of het ver­mo­gen om met twee gla­zen een vol­le­di­ge afwas­ma­chi­ne te vul­len. Het blijft toch ver­draaid aan­trek­ke­lijk alle­maal, dat vrou­we­lij­ke; tot op het fas­ci­ne­ren­de af.

Maar wat schets­te mijn ver­ba­zing? De hoofd­per­soon in Koet­sier Herfst is een ‘hij’, luis­te­rend naar de naam Mauri­ce, een voor mij zeer sterk nega­tief gela­den naam nog wel, en de belof­te van vrou­we­lijk­heid ver­vloog als sneeuw voor de zon. Waar­om doet Mutsaers dit? Hoe kan zij nu pre­ten­de­ren te kun­nen schrij­ven van­uit het man­ne­lij­ke per­spec­tief? Is ze hele­maal gek gewor­den? Hoe kan een ont­wik­kel­de vrouw – voor het gemak ga ik daar even van uit – zich zo fri­vool opstel­len en zich aan­ma­ti­gen een van ons te kun­nen zijn, al is het maar voor even?  Heeft ze dan niets begre­pen van het ver­schil tus­sen man­nen en vrou­wen? Zit zij nog steeds klem in dat radi­ca­le, ver­vlak­ken­de anti-sexe femi­nis­me, dat in de sterk gepo­la­ri­seer­de jaren 80 ieder­een zo rück­sichts­los wil­de gelijk­scha­ke­len? Bestaan ze nog, die “we zijn alle­maal gelijk” dames?

Het zou kun­nen, denk ik nu. Maar wat kort­zich­tig is dat toch, om gelijk­heid en gelijk­waar­dig­heid als het­zelf­de te zien. De ver­schil­len die we heb­ben maken ons weder­zijds juist zo inte­res­sant, zoals ik al opmerk­te. Waar­om zou je dat niet koes­te­ren? En gelijk­waar­dig zijn we des­on­danks allemaal.

Het geslachts­per­spec­tief was niet het eni­ge wat me sterk tegen­viel. Ik had ook een taal­ge­bruik op niveau ver­wacht. Maar dat is ook niet wat ik kreeg. Wat ik las, was een gefrag­men­teerd Neder­lands dat door­spekt was met Engel­se uit­druk­kin­gen en popu­lair-vul­gai­re tekst­flar­den. Zo kwam het ineens erg dicht in de buurt van dat afschu­we­lij­ke taal­ge­bruik dat som­mi­ge van mijn ICT col­le­gae dage­lijks ple­gen te bezi­gen. Bah! Wat vre­se­lijk! Het leek wel of ik aan het werk was! Dat deed het boek voor mij defi­ni­tief de das om. Ik wil­de een mooie les Neder­lands heb­ben van Char­lot­te Mutsaers. Maar wat ik kreeg was het­zelf­de kapot geschof­fel­de hybri­de Neder­lands-Engels jar­gon, waar­mee ik dage­lijks word dood­ge­gooid door mijn taal­ver­neu­ken­de vak­ge­no­ten. En ik was op mijn weblog nog wel naar het Neder­lands over­ge­scha­keld omdat ik het tijd vond voor een puris­me-her­le­ving van Bel­gi­sche proporties!

Jam­mer toch, zo een decep­tie. Maar ik kan het goed ver­wer­ken. Ik geef het boek gewoon weg aan een ander, die mis­schien wat min­der gevoe­lig is voor de mij bewe­gen­de taal­kwes­ties. Ik pak wel wat anders.

Voor een­ie­der die wat min­der kri­tisch is, is Koet­sier Herfst ech­ter best bin­nen te hou­den. Je moet dan naast een geslachts­ver­schui­ven­de, Den­gels schrij­ven­de auteur ook wel tegen een niet super sig­ni­fi­can­te inhoud kun­nen. Want dat is er ook nog: waar gaat het boek eigen­lijk over…? De hoofd­per­so­na­ge Mauri­ce kon mij na 100 pagina’s nog steeds niet boei­en, dus mijn afscheid van hem maak­te me niet rou­wig. Maar als je in bent voor wat onbe­te­ke­nend geneu­zel van een schrij­ver met een schrij­vers­blok van rui­me pro­por­ties, dan is dit boek pre­cies wat je wilt.

Mijn teleur­stel­ling bete­kent niet dat het boek niet goed is. Ik was het waar­schijn­lijk zelf, die ervoor zorg­de dat ik er niet door­heen kwam. Laat je daar­door dus niet afschrik­ken. En mocht je geïnteresseerd zijn: ik heb nog een bij­na nieuw exem­plaar lig­gen. Ik zal mijn ex-libris dis­creet van het schut­blad verwijderen.