Next Step Up: De Werk­ster

Ik ben een stap voor­waarts ge­gaan in het bur­ger­lij­ke le­ven. Bij wij­ze van ca­deau aan mij­zelf heb ik mij – na een goe­de poin­ter van een col­le­ga – de dien­sten van een schoon­maak­da­me aan­ge­schaft. Zo­als het nu aan­voelt is het wel va­ker het ge­val met dit soort be­slis­sin­gen: Ik had dit 20 jaar eer­der moe­ten doen.

Te­ge­lij­ker­tijd heb ik de sen­sa­tie van een ver­hoogd ko­lo­ni­aal be­wust­zijn. Ik geef toe, dat is geen on­aan­ge­na­me ex­cer­si­tie. Ik voel het kloe­ke hoofd van Mus­so­li­ni al in mijn trek­ken te­voor­schijn ko­men, on­danks dat hij niet echt suc­ces­vol was in het ko­lo­ni­se­ren van sig­ni­fi­can­te win­ge­wes­ten. Het is puur chau­vi­nis­me. Een van de tal­rij­ke Ne­der­land­se zee­ro­vers uit de Hol­land­sche Im­pe­ri­a­lis­ti­sche Uit­bui­tings­ge­schie­de­nis – hier schaam­te­loos de Gou­den Eeuw ge­noemd – had twij­fel­loos be­ter ge­past, maar ik hecht nu een­maal aan stijl.

Er is een we­reld voor me open ge­gaan. Mijn huis is zo schoon dat ik bij wij­ze van spre­ken van de vloe­ren kan eten, en dit keer niet om­dat daar al­tijd wel iets te vin­den is. Al­les blinkt, glanst en ruikt lek­ker. En ik kan nu met goed fat­soen mijn gas­ten naar het toi­let ver­wij­zen, zon­der dat ik eerst moet in­spec­te­ren of het daar wel vei­lig is.

Ik leef sa­men met één van mijn kin­de­ren, een vroeg-ado­les­cent van om­streeks de 20 jaar, het­geen zorgt voor een niet on­ge­rin­ge groe­zel­druk op mijn huis­hou­den. Dat komt niet spe­ci­fiek door de­ze huis­ge­noot, die toch van goe­de wil en hui­ze is, maar wel door de 500 ki­lo vrien­den­vlees die hier bij­na da­ge­lijks rond­hangt. Het zijn al­le­maal aar­di­ge gas­ten hoor, stuk voor stuk, maar ze vin­den het nog steeds in­ge­wik­keld om geen spoor van ver­vui­ling door mijn huis te trek­ken. Ik vraag ze niet voor niets de klei­ne bood­schap te­gen de heg ach­ter­in de tuin te doen.

Voor­uit­lo­pend op het ho­ge­re pro­per­heids­be­wust­zijn van mijn in­wo­nen­de telg en zijn ka­me­ra­den heb ik nu het schoon­maak­werk uit­be­steed. Ik had niet kun­nen be­vroe­den dat ik daar­van zo erg in mijn nop­jes zou ge­ra­ken. Het blijkt een van de be­te­re be­slis­sin­gen in mijn le­ven, die ruim bin­nen de mar­ges valt van de an­de­re ge­ni­a­le in­val­len die ik eer­der had: De Af­was­ma­chi­ne, De Mo­tor­gras­maai­er en De Ta­fel­stof­zui­ger.

Mijn he­le huis is één groot la­bo­ra­to­ri­um ge­wor­den waar­in ik met wer­ke­lijk al­les ex­pe­ri­men­teer. Daar be­gin­nen zo­waar leu­ke din­gen uit te ko­men; waar­on­der de­ze nieu­we stap in mijn ci­vi­li­sa­tie-pro­ces. Ik zeg: laat mij maar schui­ven; dit gaat goed zo…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *