Giel Beelen gaat stemmen op Sylvana Simons

Ik moet terugkomen op mijn aanpak van Sylvana Simons. Nadat zij die verschrikkelijke flut-partij “DENK” heeft verlaten stijgt ze automatisch een paar hele forse stappen in mijn achting. Als het meezit is ze nu ook af van haar stigma (bij mij) dat ze op oneigenlijke wijze de allochtonenkaart trekt om in elke discussie haar gelijk te krijgen. Ze is een partij begonnen die belooft echt anders om te gaan met de etnische problematiek in ons land: “Artikel 1”.

Of de nieuwe partij ook van de grond komt weet ik niet, want ik begrijp dat Simons nog niet alle vereiste handtekeningen binnen heeft. Relevant vind ik het niet. Dat vind ik wel van het feit dat ze DENK heeft laten vallen, want van dat stelletje idioten word ik dus echt misselijk. Hun laatste clipje, waarbij ze op een uitermate zielige manier hun vrouwelijke achterban voor hun damesbeweging DURF wilden mobiliseren, is het risee van de Nederlandse pers geworden. Maar wat wil je ook, het clipje zat vol overbodig mannenvolk dat zelfs door niets te zeggen al aangaf welke arbeid ze bij vrouwen vinden passen. Wat de dames zelf te vertellen hadden is me ontgaan. Voor hoe lang weet ik niet, maar dat flickje staat hier. Alsof het nog niet genoeg is gooide DENK later nog een extra vlek op het eigen blazoen door tegen Simons te procederen. Zij zou die partij te negatief afschilderen in de media. Lekker volwassen zijn die jongens zo te zien….NIET.

Even tussendoor: de aankomende Nederlandse verkiezingen zijn een welkom alternatief voor alle berichtgeving omtrent Trump en zijn met de dag toenemende gekheid. Onze eigen sores zijn interessanter dan het gezemel uit Amerika en ik wil deze muurkrant ook niet in een Trump-only pamflet veranderen voor de komende vier jaar, totdat hij – naar de hele planeet mag hopen – zijn herverkiezing verliest. Het is in dat verband hoopvol dat er commentatoren zijn – zoals Michael Moore – die het misschien weten kunnen en die zijn voortijdige vertrek voorspellen. Wijzelf staan voor nu echter aan de vooravond van een hele penibele tijd, waarin gaat blijken in hoeverre ons Europa opnieuw is vergiftigd door het populismevirus.

De bovenstaande vraag houdt me bezig. Ik houd mijn hart alvast vast. Ik heb een stukje tekst van kompaan Pechtold gevonden dat ik hieronder bij wijze van grote uitzondering zal citeren, want ik ben ten eerste geen D66 materiaal en ik citeer doorgaans geen politici één-op-één. Dit is echter het bewaren waard. Dus Lex, de vloer is heel even voor jou:

Het einde van de redelijkheid, dat ziet Stéphane Alonso al aankomen (NRC, 7 mei). De Brussel-correspondent van deze krant betuigt in het artikel zijn medelijden met de “arme middle of the road-politicus, niet te ver links of rechts van het midden, pragmatisch, ambachtelijk, saai”. Zijn conclusie? “De consensuspolitiek zit in het verdomhoekje.”

Al heb ik niet direct het gevoel dat ik daar zit, de typering raakt mij wel. Ik kan ook niet ontkennen dat de overtuiging dat we via de redelijkheid, de nuance en het compromis het verst komen – decennialang een onomstreden uitgangspunt –onder vuur ligt. Boris Johnson vergelijkt de Europese Unie met Hitler-Duitsland. Donald Trump wil een muur bouwen tussen Mexico en de Verenigde Staten. De bijna-president van Oostenrijk Norbert Hofer dweept openlijk met nazi-symbolen. Geert Wilders wil in Nederland de grenzen sluiten voor moslims. Een conservatief, nationalistisch allegaartje zonder gemeenschappelijke idealen. Haat en angst is wat hen bindt.

Al tien jaar bestrijd ik het populisme van Wilders en van een groeiend leger politici van andere partijen dat in zijn kielzog meeloopt. ligt. Maar al ben ik een ervaringsdeskundige, het bestrijden van het populisme blijft lastig. Als ik niet op de kletspraat van Wilders reageer, ben ik een wegkijker. Als ik er niet serieus op reageer, ben ik elitair. Als ik er wel op reageer, heb ik louter electorale motieven. Intussen staat de PVV hoger dan ooit in de peilingen.

Tegenstanders framen mij graag als anti-Wilders. Alsof dat een belediging zou zijn. Opkomen voor beschaving zie ik als een plicht. En al vind ik de oplossingen van Geert Wilders onzinnig, zijn achterban neem ik serieus. Met zijn kiezers kom ik graag in gesprek. Voor mijn boek ‘Henk, Ingrid & Alexander’ reisde ik dan ook stad en land af. Wat ik er van opgestoken heb? Dat er veel mensen zijn, meer dan ik dacht, die in de raderen van de samenleving zijn vastgelopen en soms alle reden hebben om boos en teleurgesteld te zijn. Velen leven met de angst dat ze huis en haard verliezen. Populisten spelen daar behendig op in, maar ik geloof stellig dat we als vertegenwoordigers van de vermaledijde nuance en het compromis die mensen veel meer te bieden hebben.

Wat ons te doen staat? Precies dat wat de populist niet doet! De populist gaat er prat op dat hij zegt wat hij denkt, maar dat doet hij juist niet. Hij weet heus wel dat zijn oplossingen niet werken. Hij weet alleen dat hij daarmee electoraal succes zou kunnen boeken. Eerlijk zeggen wat je denkt is – u verwacht het niet – juist dé troefkaart van de antipopulist. Zijn er onderwerpen onder het tapijt geveegd? Dan halen we die er onder uit. Taboes bestaan niet.

En taboes hebben verschillende kanten, maar laten wij dan álle kanten belichten. Dat hou ik mezelf voor, want het enige antwoord op een eenzijdige visie is de bereidheid om alle dimensies van een vraagstuk in beeld te brengen. De bereidheid door de muren van onze hokjesmaatschappij te breken en een poging te doen de ander te begrijpen. Toenadering en inlevingsvermogen in plaats van tweedeling en elkaar de rug toekeren.

De oneliner doet het goed op het moment zelf, maar de nuance gaat langer mee. Zo was daar recent plots weer de klassieker van de multiculturele samenleving. Die is mislukt, twittert de populist triomfantelijk. En gematigde politici retweeten dat weer. Ik betwist dat. Kijk alleen al hoe succesvol hele generaties jonge vrouwen met een allochtone achtergrond zijn in ons onderwijs en op de arbeidsmarkt. En als het wel zo is, is dan niet de enige vraag die rest hoe wij er alsnog een succes van maken? Als de economie ‘mislukt’ (stagneert), proberen we die toch ook weer aan de praat te brengen? Zoals we toch ook een ‘mislukkend’ klimaat proberen te redden?

“De veelkleurige samenleving redden we niet door mee te huilen met de wolven in het bos. Wel door de verworvenheden van de rechtstaat krachtiger uit te dragen. Racisme en haatzaaien bestrijden we krachtig, meer nodig dan ooit. Maar kwetsen en beledigen is toegestaan. Ben je dat niet gewend? Wen er dan maar aan, want Nederland was, is en blijft een vrij land.

Dat is één kant van de zaak. De andere is dat we harder optreden tegen discriminatie op de arbeidsmarkt, opkomen voor de gelijke kansen in het onderwijs en ruimhartiger en barmhartiger vluchtelingen opvangen en integreren. Met dat wenkend perspectief durf ik de strijd met de populist wel aan.

Nog een verschil tussen de populisten en ons. De eersten grossieren in angstvisioenen, wij hebben idealen. Wat is aantrekkelijker? Het doemscenario over een kalifaat in de polder? Of het vooruitzicht van een vrije samenleving waarin iedereen meedoet?

Maar het belangrijkste verschil is ‘facts free’ of ‘facts based’. Steken we onze kop in het zand of zien we de feiten onder ogen? Nog fundamenteler: respecteren we de feiten of betwisten we die? Jeb Bush zei het onlangs in NRC zo: “Een gesprek over meningsverschillen is moeilijk als je het al niet eens bent over de feiten.”

Bekend is de vergelijking van de rol van de politicus met die van de dokter. Een zelfbenoemde dokter die wonderen belooft met brouwsels van eigen makelij, vertrouwen we niet. We kiezen massaal voor de gediplomeerde arts die onderzoekt of je wat onder de leden hebt en zo ja, wat er dan aan gedaan kan worden. Zo’n arts vertrouwen we ons leven toe. Ziehier zowel het voorbeeld als de uitdaging van de politicus van het midden: met eerlijke diagnoses van de samenleving en met feiten onderbouwde remedies het vertrouwen van mensen herwinnen.

Nuance is niet sexy, de redelijkheid misschien even niet in de mode. Dan ga ik maar tegen de tijdgeest in. Het is nog tien maanden tot de verkiezingen, pas dan gaat het er echt om. Dan moet het politieke midden winnen van de flanken. Politiek van vrijheid en barmhartigheid de baas zijn boven politiek van verdeeldheid en vervreemding.

Het einde van de redelijkheid?  Ik geloof er niets van. De redelijkheid is een krachtiger wapen dan de populist denkt. Het gaat er om dat de zwijgende meerderheid in Nederland dat wapen zelfbewust opneemt. Als ik voor een keertje Emile Zola mag parafraseren: ‘De redelijkheid is onderweg en er is niets dat haar nog kan stoppen.’”

Was getekend, Alexander Pechtold – 1 juni 2016

Met dank voor deze anti-populistische filosofie. Ik ben zoals gezegd geen loyale vrind van D66, maar meneer Pechtold weet het af en toe mooi te brengen. Om Nederland te redden behoeft men slechts zijn tegenstand zoals hierboven geschetst te begrijpen…

Verkiezingsdrift 2017
Trump's Amerika - Das Vierte Reich